Toen Philips besloot de opleidingen van het voormalige Centrum voor Technische Opleidingen te verzelfstandigen, was het nadrukkelijk de bedoeling dat deze specialistische kennis in Nederland zou blijven. Het resultaat is een uniek samenwerkingsverband: High Tech Institute. De oprichter en directeur van het instituut, René Raaijmakers, geeft een stand van zaken en schetst de visie en ambities van het instituut voor technisch postacademisch onderwijs.
René Raaijmakers.
In 2011 verhuisden de gerenommeerde technische opleidingen van het Philips Centre for Technical Training (CTT) naar High Tech Institute. Bij de verzelfstandiging van deze cursusactiviteiten in 2010 heeft Philips expliciet aangegeven deze kennis binnen het Nederlandse hightech ecosysteem te willen houden. Wat is deze erfenis en wat ligt er in het verschiet?
Decennialang ontwikkelden onderzoekers van het roemruchte Philips Natlab (Philips Natuurkundig Laboratorium, meestal Philips Research genoemd) en het Centre for Manufacturing Technology (CFT) trainingen voor Philips CTT. De klanten voor deze cursussen waren de wereldwijde R&D-afdelingen binnen de productdivisies van Philips. Het interne opleidingsinstituut was vooral bedoeld om mensen te trainen in geavanceerde technologie en soft skills.
Wat een luxe: toponderzoekers en ingenieurs van het NatLab en CFT – altijd bezig met de nieuwste technische mogelijkheden en inzichten – gaven hun kennis meteen door aan de productontwikkelaars. In de topjaren had Philips CTT een portfolio van bijna 100 gespecialiseerde opleidingen in IC-technologie, mechanica, mechatronica, optica, systemen, software en innovatie. In de hoogtijdagen van de jaren negentig gingen er jaarlijks ruwweg vier- tot vijfduizend studenten door de molen.
Door de afsplitsing van een groot aantal activiteiten aan het eind van de jaren negentig verschoof de klantenkring van Philips CTT steeds meer naar externe partijen, dochterondernemingen en spin-offs. Een grote impact was de verzelfstandiging van NXP (voorheen Philips Semiconductors), de chipactiviteit die ooit goed was voor meer dan de helft van alle deelnemers aan CTT-trainingen.
In 2004 verkocht Philips zijn laatste aandelen ASML en een paar jaar later zou Philips Semiconductors NXP worden. Met het vertrek van ASML en NXP stond Philips voor een andere moeilijke beslissing: wat te doen met de CTT? Omdat het niet echt een kernactiviteit van Philips was, was het voor de hand liggende antwoord dat CTT uit elkaar zou moeten vallen – wat versneld werd door de crisis van 2008.
Eenvoudige berekening
Via een van de CTT-programmamanagers hoorde ik dat de trainingsactiviteiten te koop waren. Voor mij was het een eenvoudige rekensom. Ik was eigenaar van een uitgeverij, Techwatch, die via de publicaties Bits&Chips en High-Tech Systems een groot aantal hoogopgeleide technische ingenieurs in België en Nederland bereikte. Ik had het idee dat we deze mediaplatforms zouden kunnen gebruiken om hoogwaardige technische opleidingen te geven.
In het najaar van 2008 benaderde ik adjunct-directeur Theun Baller, de man die bij Philips Research verantwoordelijk was voor Philips CTT (nu decaan Werktuigbouwkunde aan de TU Delft). Ik bezocht hem samen met een adviseur en potentiële investeerder uit de wereld van technische opleidingen. Mijn eigen bedrijf Techwatch was immers piepklein – ik realiseerde me zeker dat ik een activiteit als een opleidingsinstituut niet uit eigen zak kon betalen.
Mijn zakenpartner en ik waren ervan overtuigd dat een sluitende business case aantrekkelijk zou zijn. Baller was echter niet geïnteresseerd in de financiële kant van de zaak. Wij argumenteerden dat we via Techwatch media de hele industrie konden bereiken en zo een gezonde financiële toekomst voor de CTT-portefeuille veilig konden stellen. In onze ogen zou de Brainport hightech community automatisch gebaat zijn bij een goed businessmodel en een solide financiële basis.
Baller was niet onder de indruk. Hij wilde iets anders horen. Hoe zouden we de kennis en kwaliteit behouden? Hoe zouden we ervoor zorgen dat vooral het Eindhovense ecosysteem daarvan zou profiteren? Eerlijk gezegd realiseerde ik me op dat moment niet wat de echte uitdaging was: namelijk hoe je een breed opleidingsportfolio kunt onderhouden en vernieuwen. Als de Philips experts op de lange termijn minder zouden bijdragen, waar zou de inhoud dan vandaan moeten komen?
Toen ik afscheid nam, had ik het gevoel dat ik geen goede indruk had gemaakt. Na een paar weken kreeg ik het weinig verrassende antwoord van Baller: sorry, maar hier eindigt ons gesprek.
Nieuw initiatief
Ruim een jaar later kwam Philips met een eigen oplossing. De CTT-activiteiten werden ondergebracht bij vier Eindhovense partijen die de trainingen up to date konden houden. Dat was voor mij het signaal om in gesprek te gaan met deze partijen, waarvan ik velen al kende. Dat leidde in 2011 tot de oprichting van High Tech Institute. Deze organisatie ging vervolgens de marketing en sales verzorgen in nauwe samenwerking met Techwatch. High Tech Institute werd het publieke gezicht van de cursussen.
Onze formule is vrij eenvoudig. Vier contentpartners beheren de inhoud van de trainingen, waarbij elke partner zijn eigen specialiteiten heeft. Zij zijn verantwoordelijk voor de selectie van en de relatie met de docenten, de kwaliteit en inhoud van de training en het up-to-date houden van het materiaal. De marketing- en salesorganisatie heeft met elk van deze vier partijen overeenkomsten op basis van wederzijdse exclusiviteit.
Vorig jaar werden het Instituut en Techwatch volle zusters. Beide bedrijven hebben een gemeenschappelijke noemer in hun missie om onafhankelijke informatie en kennis beschikbaar te maken voor de hele hightechindustrie.
''High Tech Institute plays an essential role in the exchange of practical knowledge in the high-tech industry and contributes to the competitiveness of the Dutch high-tech industry on a global scale.''
Als oprichter van de Techwatch-publicatie Bits&Chips ben ik er diep van overtuigd dat een onafhankelijke vakpers bijdraagt aan de gezondheid van de hele industrie, net zoals een onafhankelijke pers en vrijheid van meningsuiting onze samenleving en democratie gezond houden. Dit kan ook in de omgekeerde richting worden gezien: dat de hightechindustrie een volwassen ecosysteem is, blijkt uit het feit dat het een broedplaats is voor tijdschriften als Bits&Chips en Mechatronica&Machinebouw.
''An independent trade press and high-quality training courses keep the entire high-tech vital.''
De missie van High Tech Institute ligt in dezelfde lijn. De hoogwaardige trainingen van onze contentpartners zijn voor iedereen toegankelijk en houden de hele hightechindustrie vitaal. We putten uit de kennis van universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven, en bieden lessen uit de praktijk aan de hele industrie. Zo houden we Nederland een van de meest concurrerende technologische regio’s ter wereld.
Kennis overdragen: een manier van leven
Zowel High Tech Institute als onze contentpartners hechten veel belang aan Ballers ideaal om de hoogwaardige kennis van de cursussen up-to-date te houden. Zo gaf contentpartner Mechatronics Academy onlangs een grondige update van de opleiding ‘Design Principles for Precision Engineering‘. Deze opleiding was van bij de release volgeboekt – een teken dat de juiste keuzes werden gemaakt in het opleidingsprogramma.
Onze partners kunnen snel inspelen op ontwikkelingen omdat ze een beroep kunnen doen op een honderdtal betrokken trainers. Hun ervaring en de lessen die ze in de loop van hun carrière hebben geleerd, zijn naar mijn mening onze grootste toegevoegde waarde. Ik vind het vooral leuk dat veel van onze trainers hun sporen hebben verdiend in de ontwikkeling van producten die de wereld hebben veranderd, zoals de cd-speler of de waferstepper. Voor de meesten van hen is het overdragen van kennis op toekomstige generaties een manier van leven.
Op het gebied van technologie en wetenschap blijft de kennis up-to-date doordat vooraanstaande onderzoekers en universitaire docenten erbij betrokken zijn. Veel van onze trainingen worden voortdurend gevoed door de nieuwste inzichten van de universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente.
''We look sharply at areas where there is a need for knowledge, where we can get the relevant knowledge and how to develop it for our community (Adrian Rankers, Mechatronics Academy).''
Dankzij de proactieve houding van onze contentpartners hebben we de afgelopen jaren verschillende nieuwe trainingen op relevante gebieden kunnen lanceren, zoals Thermische effecten in
Mechatronische systemen. De eerste editie van Passive damping for high-tech systems, gehouden in april 2019, was volgeboekt. EMC voor bewegingssystemen is onlangs ook toegevoegd. Zoals Adrian Rankers van Mechatronica Academie zegt: “We kijken goed naar welke gebieden meer kennis nodig hebben, waar we de relevante kennis kunnen halen en hoe we die moeten ontwikkelen voor onze community.”
Spectrum van bedrijven
Toen we in 2011 begonnen, bestond ons klantenbestand voornamelijk uit ‘big high tech’. Ons doel was om andere klanten te bereiken. Dit is zeer succesvol geweest. In 2011 en 2012 kwamen de deelnemers aan cursussen over systeemarchitectuur, elektronica en mechatronica vooral van ASML, NXP en Philips. De laatste jaren komen de deelnemers echter uit een heel spectrum van bedrijven en is de frequentie waarmee deze trainingen worden gegeven verdubbeld.
De zeer gespecialiseerde optiekcursus is een uitzondering. Deze trainingen trekken vooral mensen van ASML. Enerzijds zorgt dit voor continuïteit, maar we willen deze kennis verspreiden naar een grotere doelgroep. Daarom heeft onze contentpartner voor optiek, T2Prof, in samenwerking met het Nederlands Optiek Centrum een van de optiektrainingen verbeterd. De eerste editie van deze training stond gepland voor februari 2019.
Je sterft maar één keer
Ik heb zelf een leuke ervaring met een cursus gehad in de zomer van 2018, door de Basiscursus Boomklimmen te doen bij The Treeclimbing Company (TTC). Ik wilde graag in een boom kunnen klimmen, omdat ik onlangs een huis heb gekocht met een klein stukje bos. Ik wist niet dat er zoveel bij kwam kijken om veilig in een boom te klimmen. Het is echter veelzeggend dat ze bij TTC maar liefst twee dagen uittrekken voor de beginnerscursus. Het bleek een bron van inspiratie en de overeenkomsten met de trainingen van het High Tech Institute waren treffend.
Wat kun je doen na twee dagen boomklimtraining? Heel eenvoudig: je kunt toegang krijgen tot de boom. Dat wil zeggen, je leert een klimtouw van de grond naar de kruin te bevestigen en veilig naar boven en beneden te klimmen. Er wordt veel nadruk gelegd op veiligheid; je gaat tenslotte maar één keer dood. Het belangrijkste is dat ik na die twee dagen de hele procedure met alle veiligheidsaspecten kon dromen. “Ik kan je gemakkelijk binnen een uur in de boom krijgen,” zei TTC-trainer Mark Jakobs, “maar dan weet je niets meer en kun je het morgen thuis niet meer zelf.”
In feite is dat ook de essentie van de technische en leiderschapstrainingen aan het High Tech Institute. De meeste van onze cursussen bestaan voor meer dan de helft uit praktijk en oefening. Als de deelnemers de volgende dag op het werk komen, kunnen ze hun nieuwe kennis meteen toepassen. Bij sociale vaardigheidstrainingen zoals Leiderschapsvaardigheden voor architecten en andere technische leiders bestaat tot 80 procent van de cursus uit oefeningen. We beseffen dat oefenen veel tijd kost. Hier gebruiken we dit als uitgangspunt: Het is beter om training te geven in minder onderwerpen en ze 100 procent te laten beklijven, dan om zoveel mogelijk onderwerpen te behandelen – wetende dat de meeste kennis snel verdampt.
''We practice until people really get the hang of it (Jaco Friedrich, Settels Savenije Friedrich).''
Jaco Friedrich, trainer in communicatie en sociale vaardigheden van contentpartner Settels Savenije & Friedrich, zegt: “We oefenen totdat mensen het echt onder de knie hebben. De ervaring leert dat het beter is om een klein aantal situaties echt te beleven dan om een heleboel situaties te overhaasten. Met alleen theorie krijg je helemaal niets voor elkaar.”
Trainingen bij High Tech Insitute lijken op een cursus boomklimmen: ze zijn heel praktisch.
''The competitive edge of High Tech Institutes trainings is the focus on practice.''
Hetzelfde geldt voor veel van onze technische trainingen. Neem de driedaagse Advanced Feedforward Control. In deze cursus werken cursisten aan een besturing voor een printkop. Er komt veel wiskunde en software bij kijken, maar de deelnemers moeten het uiteindelijk zelf in een werkende toepassing toepassen. “We willen dat ze het een keer volledig toepassen en zien wat het oplevert”, zegt Tom Oomen, die deze cursus geeft en universitair hoofddocent is aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Ze nemen het algoritme en de software mee naar huis. Met deze twee ingrediënten kunnen ze meteen aan de slag.”
Investering
De toename van aandacht voor online cursussen een paar jaar geleden overschaduwde de hoeveelheid die werd gegeven aan hands-on training. Wij geloven dat online toegang tot kennis erg nuttig is en we zullen deze aanpak in de toekomst zeker gebruiken. We hebben echter het gevoel dat online vooral een resource center is, vooral nuttig als goede voorbereiding op de eigenlijke cursus – vergelijkbaar met tekstboeken, audio en video. De effectiviteit van een cursus waarin deelnemers de stof leren door deze daadwerkelijk toe te passen en waar trainers klaar staan om onmiddellijk feedback te geven, is ongeëvenaard door welke andere methode dan ook.
''Our courses are made up of more than 50% practical application. Participants can immediately apply the knowledge.''
Ja, dit soort studie kost tijd en brengt ook een investering met zich mee. De financiële kosten van de cursus zijn niet eens het belangrijkste punt: in een sector die wordt gedicteerd door deadlines, wegen meerdaagse trainingen zwaar op de beschikbare tijd van werknemers.
''If someone does a course at High Tech Institute, he gets a five percent higher return in the five years that follow (Jan van Eijk, Mechatronics Academy).''
Maar die investering is het waard. “Als je iemand naar een cursus stuurt, verlies je een stuk omzet”, zegt Jan van Eijk, partner bij Mechatronica Academie. Hij zegt echter dat je in ruil voor de investering in opleiding iemand krijgt die minder uren nodig heeft om een klus te klaren. “Hij of zij levert ook een beter ontwerp. Ik beweer dat als iemand een cursus bij High Tech Institute volgt, hij of zij in de vijf jaar daarna vijf procent meer rendement behaalt.” Zelfs dat, voegt hij eraan toe, is nog steeds een conservatieve schatting. “Een cursus duurt een week, dat is ongeveer twee procent van een jaar, maar van die ‘investering’ heb je nog jaren profijt.”
Outlook
High Tech Institute accepteert al jaren deelnemers uit het buitenland, maar ook het aantal in-company trainingen neemt toe. Inmiddels organiseren we jaarlijks cursussen voor bedrijven in Azië, heel Europa, het Midden-Oosten en de VS. Techwatch is ook bereid om zijn internationale marketing een boost te geven door Bits&Chips vanaf april 2019 exclusief in het Engels te publiceren. Dit gaat hand in hand met de wens van Techwatch’s klanten voor meer internationale exposure.
De beslissing om Bits&Chips in het Engels uit te geven zal ook helpen om de cursussen van het High Tech Institute onder de aandacht te brengen van een sterk groeiende populatie van niet-Nederlandse ingenieurs die massaal naar Nederland komen. Het ondersteunt ook de internationale strategie van High Tech Institute.
Na het voltooien van zijn studie scheikunde van vaste stoffen, heeft René Raaijmakers in 1989 aan de slag als technologiejournalist. Die functie leverde hem al snel een link op met het Philips NatLab en in de jaren negentig versloeg hij het onderzoek op dit Philips lab voor de wetenschappelijke bijlage in NRC Handelsblad. In 1999 startte hij Bits&Chips en acht jaar later Mechatronica&Machinebouw, dat nu High-Tech Systems heet. Hij heeft ook boeken geschreven over het NatLab en ASML. Sinds 2011 leidt hij naast zijn uitgeverij Techwatch ook High Tech Institute.

