Gepubliceerd op: 13 maart 2023
Expert:
Dr. Pieter Nuij
Trainer
Lees meer over Pieter Nuij
Deel

Pieter Nuij, technoloog en trainer van de opleiding‘Experimentele technieken in de mechatronica‘ bij High Tech Institute, is een warm pleitbezorger van kennisoverdracht binnen en tussen bedrijven. ‘Het Nederlandse hightech ecosysteem is ermee groot geworden.’

Na een carrière van meer dan veertig jaar probeert Pieter Nuij “stap voor stap met pensioen te gaan”. Hij bouwt zijn activiteiten als machine-dynamica consultant geleidelijk af, onder de bedrijfsnaam Madycon. Maar hij kan nog steeds niet stoppen met lesgeven.

De rol van docent is de rode draad in zijn carrière, die hem na zijn studie werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven langs verschillende organisaties voerde.

Open kennisoverdracht levend houden

Twee dingen houden hem bezig. “Bij het Philips CFT (Center for Manufacturing Techniques) leerden we: als je een vraag hebt, pak je de telefoon en zoek je een collega die hem kan beantwoorden. Als dat niet werkt, verzin je zelf iets. De persoon die je belt profiteert van dezelfde gewoonte. Mijn generatie heeft duidelijk deze mentaliteit van wederkerigheid. Ik denk dat dat de kern is van het succes van het Eindhovense open ontwikkelmodel.”

Nuij vraagt zich af of toekomstige generaties ook zullen vasthouden aan kennisuitwisseling. Hij put hoop uit organisaties als de MSKE (Mechatronics Systems Knowledge Exchange), waar ingenieurs van verschillende bedrijven vertrouwelijk maar open met elkaar praten over hun technische uitdagingen. Een ander voorbeeld is de Contactgroep Mechatronica, waar het meer gaat om langetermijnbeleid en visie voor het Nederlandse mechatronicalandschap. “Toen ik MSKE verliet, werd mijn verhaal over het belang van kennisoverdracht breed herkend en ondersteund.”

Steeds meer specialiteiten

Uiteindelijk kan de regio Eindhoven alleen voorop blijven lopen in de hightechwereld dankzij kennis, benadrukt Nuij. Hij wijst op een trend waar veel bedrijven nog geen raad mee weten. “Het aantal technische specialismen in de industrie blijft groeien. Denk aan reinheid, vermoeiing, geavanceerde fabricage zoals 3D-printen met verschillende materialen, en computational fluid dynamics voor het voorspellen van warmte en stroming in systemen. Hier komt bijvoorbeeld ook akoestiek bij kijken. Stromingen in koelkanalen moeten bijvoorbeeld ultrastil zijn. De kleinste verstoring is al te veel.”

Kennisoverdracht Pieter Nuij
Trainer Pieter Nuij.

Rol voor CFT 2.0 of ASML?

Hoe kunnen bedrijven al die specialismen voor zichzelf veiligstellen, is Nuij’s tweede hoofdbreker. “Je kunt denken aan een netwerk van zelfstandige specialisten die ingehuurd kunnen worden. Maar daarvoor zie ik nog te weinig topspecialisten beschikbaar. Een alternatief zijn bedrijven die hun specialismen in de markt aanbieden.”

Dit brengt Nuij terug bij het Eindhovense open ontwikkelmodel. “Een reden om het niet te doen is dat je niet wilt dat specialisten van concurrenten in je eigen keuken kijken. Maar we moeten ons realiseren dat de echte concurrenten in het Verre Oosten zitten. Als we hier voorop willen blijven lopen, moeten we meer samenwerken in ontwikkeling in specialiteiten en daarvoor wederzijds vertrouwen creëren.”

Nuij kan zich voorstellen dat ASML hierin het voortouw neemt. “Plat gezegd hebben ze het meest te verliezen en zijn ze het meest afhankelijk van toeleveranciers op dit gebied. ASML is het enige bedrijf dat wel alle specialismen bezet heeft, maar als ze blijven groeien zullen ze nog meer specialisten nodig hebben.” Het sturen van die specialisten naar de bedrijven in het ecosysteem van ASML blijft lastig, wil Nuij maar zeggen.

''If we want to stay in the lead here, we must cooperate more on specialties in development and create mutual trust for that.''

Systeemarchitect wordt communicator

Als het aantal specialismen blijft groeien, wat betekent dat dan voor de systeemarchitect, die immers van alles (een beetje) moet weten om de samenhang in het systeemontwerp te bewaken? “De systeemarchitect moet inderdaad steeds meer borden tegelijk in de lucht houden, er voldoende specifiek over kunnen nadenken en tegelijkertijd afstand houden; die balans is best moeilijk. Er zullen altijd mensen zijn met de nodige breedte, maar ik betwijfel of het er genoeg zijn.”

De huidige perceptie is nog steeds dat de systeemarchitect de hele systeemarchitectuur kan invullen. Nuij gelooft daar niet meer in. “Het komt veel meer aan op teamwork en breakdowns in de architectenrol. Iemand met goede interpersoonlijke vaardigheden moet dan het team bij elkaar houden en de communicatie goed laten stromen: zorgen dat mensen elkaar respecteren, dingen van elkaar accepteren en vragen durven stellen.”

Philips nalatenschap goed geplaatst

Wat in ieder geval helpt is dat – voor kennisoverdracht en verdieping van specialismen – de erfenis van Philips bewaard is gebleven. Nuij doelt op het Philips Centrum voor Technische Opleidingen (CTT), dat in 2011 ophield te bestaan. De CTT-cursussen kwamen terecht bij opleidingsinstituten zoals High Tech Institute en haar inhoudelijke partners. Hij geeft daar nog steeds de cursus‘Experimentele technieken in mechatronica‘ (ETM) van Mechatronica Academie. “Die heb ik ruim 25 jaar geleden opgezet bij CFT en later overgedragen aan CTT.”

Hij begon zelfs al eerder als docent. “Toen ik in 1985 bij Philips begon met het masteren van optische schijven, was ik als vakdisciplineleider mechanica ook verantwoordelijk voor de kennisoverdracht. Daarna heb ik vier jaar bij Brüel & Kjaer in Denemarken gewerkt, specifiek voor kennisoverdracht in sales support. Later werkte ik bij CFT in de mechatronicagroep, onder Maarten Steinbuch. Toen hij hoogleraar werd aan de TU, ben ik met hem meegegaan. Ik gaf onder andere het college signaalanalyse en genoot van alle jonge jongens die de techniek in wilden. Toen verschoof de focus van onderwijs om goede ingenieurs voort te brengen naar onderzoek om hoge citatie index scores te halen en vertrok ik naar de NTS.”

Nuij wilde graag weer in de industrie werken en bij de NTS kon hij zich ook uitleven in kennisontwikkeling en -overdracht. “Vaak in een meester-gezin situatie.” Toen hij om persoonlijke redenen meer flexibiliteit en vrijheid in zijn werk nodig had, begon hij voor zichzelf als specialist machinedynamica. “Ook in die rol ben ik me steeds meer gaan richten op kennisoverdracht.”

''The actual craftsmanship is not taught at university; that has to happen in practice.''

Enthousiast over meester-gezel

Zo bleef lesgeven Nuij aantrekken. “Vooral omdat ik steeds meer voorbeelden uit eigen ervaring kan geven. Daardoor is de lesstof veel beter te begrijpen. Het blijft leuk om het kwartje te zien vallen bij studenten en cursisten.”

Hij werkt het liefst in een meester-gezin situatie. “Het echte vakmanschap wordt niet aangeleerd op de universiteit; dat moet in de praktijk gebeuren. Dat is erg arbeidsintensief en de eerste uren van de leerling zijn niet productief. Maar op de lange termijn scheelt het juist veel in de productontwikkeling, omdat specialisten met kennis van zaken problemen op tijd oplossen.”

Als consultant in machinedynamica houdt Nuij zich dan ook aan het meester-gezel principe. “Ik doe al heel lang opdrachten voor het in kaart brengen en analyseren van trillingen in machines. Bij een bedrijf vraag ik altijd naar een jonge vent die op dat gebied aan de slag wil. Ik laat ze ‘on the job’ zien hoe en waarom je het doet. Ik krijg ook aanvragen voor cursussen. Dan kan ik mooi verwijzen naar mijn cursus experimentele technieken en andere cursussen die een brug slaan naar besturingstechniek.”

Overdracht van klepel naar klok

De sleutel tot Nuij’s specialisme is de overdrachtsfunctie. “Als je een actie uitvoert op een systeem, welke respons komt er dan uit? Neem een kerkklok. Welk verschil in toonhoogte, klankkleur en nagalmtijd hoor je als je dit systeem op een andere manier prikkelt met de klepel? Of de camera die je in je handen houdt. Hoe harder je rilt bij het afdrukken, hoe vager de foto. Als je op een andere manier rilt, wordt de foto op een andere manier wazig. Je beschrijft dit alles met de overdrachtsfunctie; deze helpt je om de nieuwe uitvoer te voorspellen wanneer je een andere invoer hebt. Als ik naast een elektronenmicroscoop ga staan die een miljoen keer vergroot, zul je onscherpte in het beeld zien. De overdrachtsfunctie beschrijft dan hoe de akoestische koppeling zich vertaalt in het beeld.”

De ETM-training aan het High Tech Institute draait om het experimenteel bepalen van de overdrachtsfunctie. “We beschrijven dat, volgens de Eindhovense traditie, in het frequentiedomein (hoe vaak gebeurt iets?). In principe bevat de functie dezelfde informatie als in het tijdsdomein (wanneer gebeurt er iets?), maar het wordt op een andere manier gepresenteerd, wat andere inzichten geeft.” Wiskundig wordt hiervoor de Fouriertransformatie gebruikt. De cursus gaat hier dieper op in, omdat er veel fouten mee worden gemaakt.

Natuurlijk is er ook experimentele vaardigheid nodig: sensoren verstandig kiezen, de kwaliteit van een meting kunnen beoordelen en mogelijke fouten in de opstelling herkennen. “De regeltechnicus achter de computer moet ook kennis hebben van wat er experimenteel fout kan gaan, van een verkeerd ingestelde ingangsgevoeligheid tot een overbelasting ergens in het systeem.”

Dit artikel is geschreven door Hans van Eerden, tech editor voor High-Tech Systems.

Recommendation by former participants

By the end of the training participants are asked to fill out an evaluation form. To the question: 'Would you recommend this training to others?' they responded with a 9.5 out of 10.

De ETM-training wordt jaarlijks georganiseerd