Onno van Roosmalen is samen met Jaco Friedrich de High Tech Institute Docent van het Jaar 2021. Zijn training“Design patterns” kreeg veel lof en de deelnemers gaven zijn leervaardigheden een 9,8.
In oktober 2021 werd Onno van Roosmalen uitgenodigd bij Tomtom in Eindhoven. Zij vroegen hem de vierdaagse training “Design patterns and emergent architecture” te geven aan een groep van negen medewerkers. Op de vraag of ze de cursus aan anderen zouden aanbevelen, antwoordden de deelnemers met een nadrukkelijke 8,8 van de mogelijke 10 punten. Ze gaven de docent ook een score van 9,8. “Heel, heel goed,” antwoordde een van de cursisten toen hem werd gevraagd naar zijn ervaring. Een andere deelnemer wees erop dat de training “geweldig” was en “de verwachtingen overtrof”.
“Ik vermoed dat het iets te maken heeft met het feit dat ‘Design patterns’ mijn favoriet is,” reageert Van Roosmalen nuchter. “De training is een beetje uitdagend en ik heb er al mijn ideeën en energie in gestoken.” Dat de training van een hoger niveau is, motiveert hem blijkbaar om hem perfect uit te voeren. “Ik vind het een leuk vak en ik denk dat dat overkomt op de studenten.”
Na zijn studie natuurkunde in Nijmegen en promotie in Groningen werkte Van Roosmalen halverwege de jaren tachtig drie jaar aan Yale University. In 1987 werd hij universitair docent informatica aan de Technische Universiteit Eindhoven. Begin jaren 90 nodigde een bedrijf hem uit om een training objectgeoriënteerd programmeren te geven. Dat bleek een groot succes, vooral omdat het management van het bedrijf de drijvende kracht achter het initiatief was. “De studenten moesten precies doen wat ik zei.”
Van Roosmalen kreeg de smaak te pakken en bleef softwareontwerptrainingen ontwikkelen en geven voor onder andere Ericsson, Philips en TUE. Verschillende versies van zijn objectgeoriënteerde analyse- en ontwerptrainingen lopen nu al meer dan tien jaar bij High Tech Institute. Dit is ook het geval met zijn design patterns training.
Perfecte analogie
De veteraan heeft een interessante observatie. Volgens hem kunnen deelnemers aan zijn trainingen grofweg in twee soorten worden verdeeld. “Je hebt de geïnteresseerden. Die haken op een gegeven moment af. En je hebt de critici. Die nemen eerst een sceptische houding aan, maar worden later heel enthousiast.” Het past bij zijn eigen levenshouding. “Een beetje argwanend zijn kan geen kwaad. Dat vind ik mooi: begin met kritisch kijken naar het materiaal dat je aangeboden krijgt. Denk er vervolgens over na. Zo landt de kennis het beste.”
Trainer Onno van Roosmalen
In de boekhandel liggen de softwareschappen vaak vol met titels over design patterns en objectgeoriënteerd programmeren. “Maar die brengen niet over wat je eigenlijk wilt overbrengen,” merkt Van Roosmalen op. “Boeken bevatten veel vaak eenvoudige codevoorbeelden. Het leuke van patronen is dat je ze kunt combineren en er iets mee kunt bouwen. Ik help studenten daarbij. Grady Booch, de medeoprichter van Rational, zegt dat alle objectgeoriënteerde architecturen vol patronen zitten. Het combineren van die patronen is leuk.”
Van Roosmalen bezocht ooit de afdeling werktuigbouwkunde van de TUE. Een professor daar liet hem een gefreesd onderdeel zien, als voorbeeld van wat zijn afdeling had bedacht. “Hij vroeg of ik hem ook iets wilde laten zien”, herinnert Van Roosmalen zich. “Dat was een beetje moeilijk. Wat kon ik laten zien? Een code listing? In plaats daarvan vertelde ik hem over design patterns. Dat zorgde meteen voor een klik. Hij trok een boek over wielen en tandwielen uit de kast en dat gaf inderdaad de perfecte analogie.” Van Roosmalen’s punt: elk vakgebied heeft zijn eigen ontwerpaspecten en die herhalen zich.
“Being a little suspicious can’t hurt. I like that: start with looking critically at the material you’re being offered.”
Vieze trucjes
Toen Van Roosmalen halverwege de jaren negentig architecturen met softwareobjecten bouwde, voelde het soms alsof hij maar wat aan het klooien was. “Ik dacht dat ik iets gekunstelds deed. Noem het vieze trucjes. Toen in 1995 het boek ‘Design patterns’ van Erich Gamma uitkwam, was dat voor mij een aha-ervaring. Het bleek dat anderen het ook deden! Het was een patroon! Wat ik deed, bleek normaal te zijn.”
Volgens Erich Gamma gaat het erom de essentie van een systeem vast te leggen in een model. Gamma haalt zijn voorbeelden vooral uit de wereld van gebruikersinterfaces. Van Roosmalen richtte zich zijn hele carrière meer op besturingssystemen en embedded systemen. “Daarvan gebruik ik ook veel voorbeelden in mijn trainingen.”
Bedrijven die software-intensieve systemen ontwikkelen komen veel patronen tegen in hun software en willen daar meer over weten. “Meestal hebben ze al een grote verzameling ontwerpblokken en willen ze weten hoe ze die kunnen manipuleren,” merkt Van Roosmalen op. “Vaak begrijpen ze niet alle patronen die erin zitten. De training is bij uitstek geschikt om dat naar boven te halen.”
Op zijn beurt gebruikt Van Roosmalen de nieuwe voorbeelden die hij van deelnemers krijgt om zowel zijn eigen kennis als de training zelf te verrijken. “Hoe langer de training duurt, hoe meer cases er worden toegevoegd,” zegt hij. “De training bij Ericsson duurde tien dagen, verspreid over een heel jaar. Samen met hun architecten hebben we veel mooie voorbeelden uit hun telefoniesysteem gehaald waar je patronen op kunt toepassen. Als dat aanslaat en de learnings daadwerkelijk worden toegepast in productontwikkeling, is dat geweldig.”
Samen met Onno van Roosmalen is Jaco Friedrich ook uitgeroepen tot High Tech Institute Teacher of the Year 2021. Hij kreeg even hoge scores voor zijn eendaagse bootcamptraining “Hoe word ik succesvol in de Nederlandse hightech werkcultuur?”.
Dit artikel is geschreven door René Raaijmakers, techredacteur van Bits&Chips. Trainer Onno van Roosmalen.
Recommendation by former participants
By the end of the training participants are asked to fill out an evaluation form. To the question: 'Would you recommend this training to others?' they responded with a 8.8 out of 10.
