Ontbijtsessies over modelgebaseerde systeemengineering met Jon Holt

Modelgebaseerde systeemengineering door Jon Holt

Op 22 en 23 juni, van 8 – 9:30 uur, organiseert High Tech Institute gratis ontbijtsessies over modelgebaseerde systeemengineering met Jon Holt.

High Tech Institute nodigt u uit voor een ontbijtsessie met Jon Holt en een selecte groep van onze klanten om te bespreken hoe u modelgebaseerde systems engineering effectief kunt uitrollen in uw bedrijf. De sessies zijn gepland op 22 juni in ‘s-Hertogenbosch (bij de start van het Sysarch evenement) en op 23 juni in Nijmegen. Inschrijven kan via onderstaand formulier.

Dit jaar verwelkomde High Tech Institute professor Jon Holt als trainer in modelgebaseerde systems engineering (MBSE). Jon zal in oktober beginnen met zijn eerste 3-daagse trainingseditie. We zijn er trots op Jon aan boord te hebben. Holt is door de International Council for Systems Engineering (Incose) aangewezen als een van de 25 meest invloedrijke system engineers van de afgelopen 25 jaar. Hij is de auteur van 17 boeken over dit onderwerp.

Om een voorproefje te krijgen van Jons inzichten en stijl kun je het volgende lezen:

 

 

 

De wijze lessen en adviezen van Jan van Eijk

Jan van Eijk - Mechatronica opleidingen
De ASPE Lifetime Achievement Award 2021 die Jan van Eijk vorig jaar ontving, markeert het symbolische einde van de actieve carrière van een van de drijvende krachten achter de Nederlandse mechatronica-industrie van de afgelopen decennia. In deel 2 van een uitgebreid interview blikt Van Eijk terug en geeft hij een aantal waardevolle adviezen voor de Nederlandse hightech industrie. “Het is cruciaal om het netwerk te onderhouden en te voeden.”

 

In Nederland kloppen we onszelf graag op de borst met hoe goed we zijn in mechatronica en precisietechnologie. Zijn we echt van wereldklasse of is het Nederlandse arrogantie?

“Ik denk niet dat we daar al te bescheiden over hoeven te zijn. Er is in ieder geval weinig arrogantie over, want er zijn genoeg punten waarmee je dat kunt illustreren. Niet alleen qua kennis, maar ook qua industriële toepassing hebben we een grote voorsprong opgebouwd op de rest van de wereld. De machines van ASML zijn daar een prachtig voorbeeld van, maar ook de transmissie-elektronenmicroscopen van Thermo Fisher zijn technische hoogstandjes die hun weerga in de wereld nauwelijks kennen. En het komt allemaal uit hetzelfde netwerk, dezelfde gemeenschap van mensen die technologie naar een hoger niveau hebben getild.”

'The willingness, or even the obligation, to share knowledge in the network is crucial.'

 

Hoe hebben we dat niveau bereikt?

“De basis hiervoor ligt bij Philips en het Natlab. De optiekkennis die daar is opgebouwd vormt een belangrijke pijler. Ook de machinebouw en mechanica spelen een grote rol, net als alle kennis rondom de constructieprincipes waarvoor Wim van der Hoek de basis heeft gelegd. In de kern draait het om het Natlab, waar mensen op het hoogste niveau wetenschappelijk onderzoek konden doen en dat konden koppelen aan implementaties in een praktische toepassing. Vooral dat laatste is doorslaggevend geweest, plus het feit dat die kennis gedeeld is met anderen en dat we op deze manier een ecosysteem hebben opgebouwd.”

“Die bereidheid, of zelfs de verplichting, om kennis te delen is cruciaal. Een prachtig voorbeeld zijn de beroemde donderdagochtendlezingen in het Natlab. Daar legden onderzoekers aan de rest van het lab uit waar ze mee bezig waren en wat hun plannen en ambities waren. En het ging niet alleen over de grote successen die ze hadden behaald, maar ook over wat ze in de toekomst wilden doen. Medewerkers waren verplicht om aanwezig te zijn en dit zorgde voor kruisbestuiving in een samenwerkingsomgeving. Collega’s die vrijwel niets met een vakgebied te maken hadden, stelden desondanks vragen. Deze nieuwsgierigheid naar elkaars vak heeft ertoe geleid dat we niet alleen capaciteiten hebben opgebouwd, maar die kennis ook hebben gedeeld met een grotere groep en elkaars vakgebied hebben leren waarderen en respecteren.”

“Een ander voorbeeld is het BM Landjuweel, waar de 150 meest prominente mensen binnen Philips Bedrijfsmechanisatie elk jaar bij elkaar kwamen om elkaar te vertellen wat ze hadden geleerd en waar het mis was gegaan. Het was een eer om uitgenodigd te worden.”

“Toen BM halverwege de jaren tachtig in rep en roer raakte, zijn die Landjuwelen gestopt. Ze werden opgevolgd door jaarlijkse Philips conferenties die afwisselend over besturing en mechanische onderwerpen gingen. Met hetzelfde doel: contacten leggen en technische informatie uitwisselen. Die rol is inmiddels overgenomen door onder andere DSPE en de opleidingen van Mechatronica Academie en High Tech Institute.”

Prof. Jan van Eijk
Prof. Jan van Eijk.

 

Is de regio zich voldoende bewust van het belang van kennisdeling?

“Vooral in economisch moeilijke tijden is het moeilijk om mensen ervan te overtuigen dat je zulke bijeenkomsten misschien wel twee keer per jaar moet organiseren, omdat het essentieel is om dat netwerk te onderhouden en te koesteren. Het is een van de kernwaarden die sinds de tijd van de beroemde directeur Hendrik Casimir een opdracht is voor alle leidinggevenden binnen Philips. Philips is niet meer zo’n centrale speler, maar het gedachtegoed zit diep verankerd in onze gemeenschap. De kunst is om continuïteit te garanderen in de ratrace om geld te verdienen. Dat vergt enige inspanning. Ik denk dat het voldoende ingebed is, maar ik heb vaak het verwijt gekregen dat ik te naïef ben.”

 

In de afgelopen jaren heeft ASML de dominantie van Philips overgenomen. Hoe verhouden deze bedrijven zich tot elkaar, het Philips van toen versus het ASML van nu?

“In tegenstelling tot Philips is ASML een monobedrijf, gericht op één toepassingsgebied. Dat is een groot verschil. Binnen het oude Philips kwamen vragen uit allerlei domeinen die vaak gebaseerd waren op dezelfde basisproblemen. Daardoor kon een gespecialiseerd kenniscentrum met uitstekende oplossingen komen voor zowel elektronenmicroscopen als plaatsingsmachines voor discrete componenten.”

“Toen ik bij Philips werkte, heb ik voorontwikkelingswerk gedaan voor ASML. Intiem verbonden, maar toch onafhankelijk. Dat werkte heel goed. We kregen een zak geld en konden doen wat we wilden. We hadden een slagvaardige organisatie die zich geen zorgen hoefde te maken over de dagelijkse problemen binnen ASML. Als er daar brand was, ging de sirene en moest al het ASML-personeel komen. Maar bij Philips was er geen sirene; wij konden rustig aan hun volgende probleem werken. Planar motoren zijn hier een goed voorbeeld van. Aanvankelijk zag ASML daar het nut niet van in, maar we gingen er toch mee aan de slag. Toen ze een jaar later zagen wat we ontwikkeld hadden, werd het meteen uit onze handen gegrist, want die motoren moesten snel in allerlei machines komen.”

'ASML shouldn’t get arrogant because it’s the best at something. In my opinion, the organization is bureaucratizing quickly.'

“Het huidige ASML is enorm. Ik heb al eerder gezegd dat ze moeten oppassen dat ze niet een tweede Big Blue worden. Dat het, net als IBM, sommige domeinen zal verwaarlozen. ASML moet niet arrogant worden omdat het ergens de beste in is. In mijn ogen is de organisatie snel aan het sluiten en bureaucratiseren. Als ze niet oppassen, zal het snel dichtslibben met te veel mensen die er alleen maar zitten om hun eigen baan veilig te stellen. Als ASML in die val loopt, wordt het heel moeilijk om de technische drive vast te houden.”

“Als buitenstaander maak je absoluut geen kans als je een verbetervoorstel wilt doen. Intern zijn er zoveel experts op allerlei gebied dat er een heel leger opstaat om uit te leggen waarom jouw idee niet kan. Voor een innovator als ik is het geen fijne organisatie om voor te werken; ik krijg er geen energie van. Aan de andere kant zijn de successen van ASML onmiskenbaar.”

AI geen wondermiddel – Nederland loopt voorop in mechatronica en precisietechnologie, maar we zijn te klein om alles te doen. Op welke markten en sectoren moet Nederland zich richten?

“Er zijn zeer interessante mogelijkheden in machines voor fotonica. Een nieuw gebied dat zeer verwant is aan de productiemachineproblemen die we al hebben opgelost in bestaande systemen. Met veel van dezelfde bedrijven kunnen we een positieve bijdrage leveren en een deel van die industrie voor Nederland claimen. We moeten echter niet proberen het productiecentrum te worden. Probeer niet Samsung of TSMC te zijn in fotonica. De focus moet liggen op het ontwikkelen van apparatuur voor die sector.”

“Een ander gebied waarop we kunnen profiteren van de technologische basis die is opgebouwd, is robotica. De voetballende robots van de Technische Universiteit Eindhoven zijn daar een mooi voorbeeld van, maar we hebben echt een solide basis om hoog te scoren in robotica. Denk aan medische en chirurgische robots, want die bevatten ook die hightech precisiecomponent.”

En automotive, kan dat interessant zijn? Er zijn veel bedrijven rond Helmond, onder andere, die in die markt opereren.

“Ik weet niet zeker of Nederland groot genoeg is om een leidende rol te spelen in automotive. Grootmachten als Bosch en de autofabrikanten zelf zijn erg dominant. We kunnen zeker belangrijke bijdragen leveren met slimme innovaties, maar we zijn niet in een positie om een groot industrieel aandeel te hebben. Misschien hebben we daar de boot gemist. Maar zelfs als we twintig jaar geleden alles hadden gedaan wat we konden, vraag ik me af of we genoeg mankracht in de regio hadden kunnen verzamelen. We kunnen in Nederland niet nog een bedrijf ter grootte van ASML dragen.”

 

Jan van Eijk - Mechatronica Academie

 

En kunstmatige intelligentie?

“Dat is voor mij vooral een modewoord, net zoals mechatronica dat 35 jaar geleden was. Je kunt er geld mee aantrekken, maar we moeten vooral met beide benen op de grond blijven staan en niet verwachten dat alle problemen worden opgelost als we AI gebruiken. Daar geloof ik niet in. AI is een interessant hulpmiddel waar je zeker waarde uit kunt halen, net als uit CAD en eindige-elementenmethoden. Ik denk dat AI waardevolle inzichten kan opleveren die je kunnen helpen beter te begrijpen wat er gebeurt. Hierdoor kun je apparaten effectief verbeteren. Als je alleen optimalisaties doet op basis van gegevens, zul je slechts beperkte winst boeken. Maar als je de kern van het probleem begrijpt, kun je met nieuwe concepten komen. AI is in ieder geval zeker geen wondermiddel.”

 

Van een afstand – De toekenning van de 2021 ASPE Lifetime Achievement Award afgelopen november markeert het einde van je actieve carrière. Wat wil je nog doen?

“Mechatronics Academy geeft regelmatig leuke trainingen in Azië of Amerika. Als er een leuke locatie voorbij komt, draag ik daar graag aan bij. Bedrijven kunnen altijd bij mij aankloppen als ze op zoek zijn naar innovatieve oplossingen. Dan wil ik graag meedenken in het voortraject. Na een half jaar ben ik waardeloos want dan ga ik alleen maar zeggen dat het beter had gekund. Ook als ingenieurs met hun handen in het haar zitten omdat hun machine niet goed werkt en ze geen idee hebben waarom, denk ik graag mee. Misschien kan ik helpen. Niet omdat ik het beter weet, maar omdat ik van een afstand de juiste vragen stel die helpen om inzicht te krijgen.”

“Verder is er niet echt veel veranderd. Net als de afgelopen tien jaar ga ik heel regelmatig op vakantie. Met de camper door Europa of naar de VS. Ik speel ook golf en bridge. Dat kan ik nog heel lang blijven doen.”

 

Belangrijkste patenten van Jan van Eijk

Jan van Eijk heeft ongeveer vijftig patenten op zijn naam staan. Wat zijn de twee belangrijkste?

“Een van mijn eerste patenten heb ik samen met Martin van den Brink bedacht. Als je hem deze vraag zou stellen, zou hij waarschijnlijk ook dit patent noemen. Het gaat over de uitlijning van het masker en de wafer in een lithografiemachine. In de eerste machines van ASML gebeurde dit met een optisch systeem dat één punt op het masker vergeleek met twee punten op de wafer. Dat betekent dat je nooit de rotatie kunt controleren of de vergroting van de lens kunt corrigeren. Onze uitvinding was om een tweede functie toe te voegen. Hoewel dat tweede optische meetsysteem het twee keer zo duur maakte, was het grote voordeel dat je de positie en de hoek perfect kon meten, zonder afhankelijk te zijn van de stabiliteit van het machineframe. Je kon ook de vergroting van de lens corrigeren op basis van de afstand tussen de twee maskerelementen op de wafer. Dat was een zeer waardevolle stap voor ASML, omdat het ervoor zorgde dat de eerste generatie werd bewaakt als een stabiele, goed producerende machine, met een opbrengst die een factor 2 tot 3 hoger lag.”

“Een ander belangrijk patent dateert uit 1990 en gaat over de compensatie van framebewegingen. Als je een wafertrap een stap laat maken, ontstaat er een reactiekracht op het machineframe. Dat frame gaat trillen en dat leidt tot beeldfouten. Je kunt dit met besturingstechnologie oplossen door extra sensoren toe te voegen en slimme feedforward trucs te gebruiken. Maar de mechanica zelf is niet oneindig stijf. Bij de tweede generatie lithografiemachines was de structuur zo groot en zwaar geworden dat ASML het risico liep op laagfrequente trillingen die nadelig waren voor de kwaliteit. Je kunt natuurlijk wachten tot de trillingen gedempt zijn, maar dat is dodelijk voor de productiviteit. We kwamen toen op het idee om drie gelijkstroommotoren te installeren tussen het machineframe en de vloer. Als het podium beweegt, genereren die motoren een kracht die de beweging compenseert, waardoor het frame stilstaat. Het lijkt eenvoudig, maar het heeft de tweede generatie ASML machines in staat gesteld om een hoge positioneernauwkeurigheid en doorloopsnelheid te bereiken. Dat is van doorslaggevend belang geweest, want vanaf die generatie begon ASML echt geld te verdienen en stonden ze in brand.”

 

Dit artikel is geschreven door Alexander Pil, technisch redacteur van High-Tech Systemen.

MBSE is geen activiteit van de ene dag op de andere, het is een evolutie

Modelgebaseerde systeemengineering door Jon Holt
Jon Holt, Incose fellow en professor in systems engineering aan Cranfield University, deelt zijn 30-jarige ervaring in modelgebaseerde systems engineering in de MBSE-training die wordt aangeboden in samenwerking met High Tech Institute. “Het gaat niet over technologie, het gaat over bedrijfsverandering in een technische omgeving.”

 

Is modelgebaseerde systeemengineering een hype? “MBSE is niet zomaar het nieuwste geweldige idee,” antwoordt Jon Holt, professor in systeem engineering aan Cranfield University. Holt stelt dat het echt nodig is om de manier waarop de technische industrie werkt te verbeteren om concurrerend te blijven. “Om producten en diensten te produceren die we kunnen vertrouwen. Zodat het grote publiek vertrouwen heeft in ons ingenieurs. MBSE is een heel goede manier om dat te bereiken.”

Holt start als trainer voor de MBSE-opleiding bij High Tech Institute in de regio Eindhoven. Ger Schoeber, verantwoordelijk voor het portfolio systeemtrainingen bij High Tech Institute, is blij hem aan boord te hebben. “Jon is door Incose, de International Council on systems engineering, aangewezen als een van de 25 meest invloedrijke system engineers van de afgelopen 25 jaar”, zegt Schoeber. “Hij wordt internationaal erkend als expert op het gebied van modelgebaseerde systeemengineering en heeft 17 boeken over dit onderwerp geschreven.”

Volgens Holt is “MBSE niet echt nieuw of radicaal. Het is gewoon een evolutie van klassieke systems engineering, net zoals onze systemen zijn geëvolueerd. Ze zijn allemaal op de een of andere manier met elkaar verbonden. Bijna elk systeem maakt nu deel uit van een groter systeem van systemen, wat tien tot twintig jaar geleden niet het geval was. Naarmate deze complexiteit toeneemt, moeten we ook de manier waarop we dingen doen in systems engineering verbeteren. Voor mij is MBSE een natuurlijke evolutie van traditionele systems engineering.”

Trainer Jon Holt - MBSE-training
Trainer Jon Holt.

 

UML en SysML

In 1999 begon Holt voor The Institution of Engineering and Technology les te geven in het gebruik van modellen in engineering. In zijn cursussen gebruikte hij UML (Unified Modellng Language) dat gericht was op de software-industrie – SysML (System Modeling Language) bestond nog niet. Het belangrijkste doel van de training was om mensen ervan te overtuigen dat modelleren een goed idee was. “Pas zo’n vijftien jaar geleden werd modelleren breder geaccepteerd in engineering. De vraag veranderde van waarom moeten we modelleren naar hoe moeten we modelleren? Wat zijn de technieken die we nodig hebben? Hoe modelleren we effectief en efficiënt?”

Ongeveer vijf jaar geleden maakte Holt een andere overgang mee. “Modelleren werd algemeen geaccepteerd en gebruikt in de industrie. De belangrijkste vraag is nu: hoe implementeren we modelgebaseerde systems engineering succesvol in ons bedrijf? Hoe zetten we het in? Aanvankelijk zagen veel mensen het gewoon als de nieuwste modewoorden, maar nu onze systemen complexer worden, is er echt behoefte aan.”

 

Hoe kunnen bedrijven profiteren van MBSE?

“Het hangt er echt vanaf wat je wilt bereiken. Sommige mensen willen hun ontwikkeltijd verkorten. Sommigen willen de productkwaliteit of hun communicatie verbeteren. Sommigen willen hun relaties met klanten, leveranciers en het aanbestedingsproces verbeteren. Voor sommige organisaties komt het neer op zaken als compliance. In markten zoals die voor medische apparatuur gaat het vooral om naleving van voorschriften en normen. Verschillende organisaties leggen andere accenten. Het hangt echt af van je bedrijfsdoelen.

'You need to understand what your key stakeholder expectations are and what success looks like.'

“Je moet in gedachten houden dat je het hebt over bedrijfsverandering. Daarvoor moet je begrijpen wat de verwachtingen van je belangrijkste stakeholders zijn en hoe succes eruitziet. Wat zijn de problemen die je op dit moment hebt? Wat zijn de voordelen die je wilt bereiken? Je moet weten of MBSE voor jou het verschil maakt. Zou je zonder MBSE net zo succesvol zijn geweest?”

 

Als MBSE bedrijfsverandering betekent, waar begin je dan als je het wilt implementeren?

“Het begint allemaal met een heel duidelijk beeld van wat je wilt bereiken. Wat is je huidige positie in systems engineering en wat is je doel? Waar wil je naartoe? Het is net als elke bedrijfsverandering. In de eerste plaats moet je weten waarom je het wilt doen.”

“De nadruk van je bedrijf is een goed uitgangspunt voor de transitie die je wilt bereiken. Dit zal anders zijn voor producenten van medische apparatuur dan voor fabrikanten van halfgeleiderapparatuur.”

 

Wat is de grootste valkuil?

“Een van de grootste valkuilen is dat mensen technologieën en oplossingen gaan kopen. In wezen kopen ze oplossingen voor een probleem dat ze niet begrijpen. Dat zal nooit een bijzonder goed resultaat opleveren.”

 

MBSE training door Jon Holt

 

 

Hoe ontwikkelt de implementatie van MBSE zich?

“Je moet klein beginnen en het laten uitgroeien tot een bedrijf. Het gaat om evolutie. Je begint met een klein deel van een project of misschien een proefproject om de voordelen van de verbeteringen aan te tonen. En dan kun je dat laten doorgroeien naar de rest van het bedrijf.”

'The more senior buy-in you can get, the smoother it goes.'

“De snelheid hangt natuurlijk af van het investeringsniveau, maar ook de betrokkenheid van de mensen in de organisatie is erg belangrijk. Als ruwe maatstaf geldt: hoe meer senior buy-in je kunt krijgen, hoe soepeler het gaat. Dit betekent vaak dat je de belangrijkste stakeholders erbij betrekt en hen laat zien wat de voordelen zijn.”

 

Deelnemen aan de cursus is niet genoeg. Je werkgever en je team moeten ook geëngageerd zijn?

“Absoluut. Je moet een strategie hebben en die strategie moet een tijdlijn hebben. Je moet je bewust zijn van de tijd, moeite en geld die je moet investeren. Afhankelijk van je oorspronkelijke doelen kun je de voordelen heel snel realiseren. Soms kan het een jaar duren, maar in veel gevallen kun je elke investering die je doet in het eerste project of de eerste implementatie terugverdienen.”

“Je moet realistisch zijn. Dit gaat niet over één nacht ijs. Het is een evolutie van waar je nu bent naar waar je wilt zijn. Anticiperen op je verwachte doelen en ook hoe je gaat aantonen dat je die doelen hebt gehaald. Je moet weten hoe succes eruit ziet, dus je moet weten hoe je dat gaat meten. Het gaat om de weg ernaartoe.”

 

Vijf fasen

Holt identificeert vijf stadia op weg naar volledige modelgebaseerde systeemengineering. “We hebben een schaal van vijf volwassenheidsniveaus. Het is een pad van werken met documenten, het verbeteren van de manier waarop mensen werken met behulp van modellen, naar volledige modelgebaseerde systems engineering. Afhankelijk van de organisatie en de investering duurt het vier tot zes maanden om halverwege niveau drie te komen. Dat is het moment waarop je modellen echt goed toepast. Dat is ook het moment waarop je directe en meetbare verbeteringen begint te zien.”

Het kan achttien maanden tot twee jaar duren voordat volledige automatisering met tooling en geavanceerde toepassingen een feit is, denkt Holt. “Maar in dat stadium kun je patronen zien uitrollen over het hele bedrijf, enzovoort. Het is een evolutie. Je kunt elke fase beschouwen als een controlepunt om te zien of je geslaagd bent.”

Het startpunt voor een overgang naar MBSE is begrijpen wat je wilt bereiken. “Daarvoor moeten organisaties naar het grote geheel kijken en prioriteiten stellen in de inspanning die ze willen leveren om de optimale voordelen te behalen,” zegt Holt. Om dat te bereiken, leidt hij mensen in zijn cursus door vijf belangrijke aspecten van MBSE. “Zo kunnen ze zich richten op de aspecten die voor hen het meest interessant zijn. Ze kunnen veel ervaring hebben op sommige gebieden, maar meestal niet op alle.”

'The goal of MBSE isn’t to produce a model, it’s to realize the system successfully.'

Het eerste gebied is het systeem. “Uiteindelijk is het doel van modelgebaseerde systeemengineering niet het produceren van een model, maar het succesvol realiseren van een systeem. De manier om dat te doen is door alle relevante, alle noodzakelijke informatie in het model te verzamelen. Het systeem en het model zijn onze dagtaak. Daar werken we aan.”

Daarnaast moet de informatie gevisualiseerd worden. “We hebben dit nodig om te kunnen communiceren met verschillende belanghebbenden. Dus hier komen dingen als notaties om de hoek kijken – SysML, UML, wiskundige notaties, wat dan ook.”

Ook gereedschap moet worden overwogen. Dat is het derde aspect. “Uiteraard zijn er tools nodig om MBSE te implementeren.”

Het vierde gebied is de aanpak. Hier ontbreekt het mensen meestal aan ervaring. “Historisch gezien, als we het hebben over het definiëren van een aanpak voor systems engineering, gaat het over het definiëren van processen. Dit is nog steeds absoluut cruciaal. Maar we moeten de informatie die we produceren en consumeren in onze processen scheiden van de stappen die we moeten nemen om het proces uit te voeren. Hier komt het framework om de hoek kijken, want het framework geeft ons de blauwdruk voor het model en het model is onze enige bron van waarheid voor de informatie. Dus als we het hebben over de aanpak, is het een combinatie van de processen die we moeten uitvoeren en de informatie die we produceren en consumeren – dit is waar we naar verwijzen als het raamwerk.”

Het vijfde en laatste gebied is naleving. “Aan welke normen moet je voldoen? Welke wetgeving? Wat zijn uw certificeringsvereisten? Voor de lucht- en ruimtevaart, de auto-industrie en de spoorwegen is certificering cruciaal. Als we niet kunnen certificeren dat onze systemen veilig, beveiligd en betrouwbaar zijn, kunnen we ze niet gebruiken.”

Al deze vijf gebieden samen zullen resulteren in modelgebaseerde systeemengineering. Ze geven organisaties de kracht om hun technieken en werkwijzen te maximaliseren. Het startpunt zal van organisatie tot organisatie verschillen. Sommige organisaties zijn sterk in tools of compliance, maar niet zo sterk in de aanpak. “We bekijken deze vijf gebieden vanuit hun huidige positie en hun doelen. Dat geeft ons de belangrijkste input om te begrijpen waar je je bevindt op de evolutionaire MBSE-schaal en wat de beste strategie zou zijn om MBSE te implementeren.”

Niet elke organisatie hoeft het volledige modelgebaseerde volwassenheidsniveau te bereiken. “Volledig modelmatig werken is niet voor iedereen weggelegd. Maar dat betekent niet dat er geen voordelen zitten aan het bereiken van de ‘modelverrijkte’ of ‘modelgerichte’ fase. Het gaat erom dat je begrijpt wat je voordelen zijn. Wat heb je eigenlijk nodig en waar moet je mogelijk ons geld aan uitgeven? Het is een vergissing om te snel te investeren in frameworks, standaarden, tools en notaties. Je moet in de eerste plaats weten waarom. Helaas bestaat de klassieke situatie nog steeds dat mensen honderdduizenden euro’s uitgeven aan tools en oplossingen voor problemen die ze niet begrijpen. Bedrijven kopen tools, geven ze aan de ingenieurs en gaan ervan uit dat alles vanaf dat moment werkt. Dat leidt niet tot optimale voordelen. Je moet eerst je problemen begrijpen. Het is een overgang. Het is die weg afleggen en onderweg de controlepunten hebben.”

Training modelgebaseerde systeemengineering in Eindhoven
Trainingssetting met Jon’s flip-overnotities aan de muur.

 

Als betrokkenheid van het hoger management zo belangrijk is, zou je dan zeggen dat de cursus ook het hoger management ten goede komt?

“Absoluut. We zien dat allerlei verschillende mensen betrokken raken bij de training. Uiteraard systeemingenieurs en meer traditionele disciplines zoals elektrotechnici, werktuigbouwkundigen, software enzovoort. Maar ook veel managers, zelfs op de allerhoogste niveaus, en mensen die zichzelf niet als ingenieurs beschouwen, zoals wetenschappers, wiskundigen en psychologen. We hebben ook eendaagse cursussen die meer gericht zijn op management of senior mensen. We zijn van plan om die in de toekomst ook samen met High Tech Institute te plannen.”

“Niet elk aspect van MBSE is gunstig voor iedereen die erbij betrokken is. Door te weten wat je begrijpt, kun je je concentreren. Als consistentie van informatie een groot probleem is, moet je waarschijnlijk naar je raamwerk kijken. Als mensen volwassener zijn in hun manier van werken, komt het soms neer op het verbeteren van de manier waarop ze hun tools of hun notaties gebruiken.”

 

Moeten deelnemers een technische achtergrond hebben?

“Het helpt, maar we gaan niet uit van enige voorkennis. We beginnen met de absolute basis, geven voorbeelden uit de praktijk en kijken dan naar de problemen die we hebben. Dan gaan we verder met voorbeelden.”


Jon Holt tijdens een van zijn MBSE-trainingen.

 

Wat nemen de deelnemers mee naar huis?

“Je kunt niet verwachten dat je na een driedaagse training een expert op dit gebied bent. Maar je zult een heel sterk bewustzijn hebben van waar het over gaat, wat je eraan hebt en waar je verder mee kunt. Als je verder wilt met MBSE, weet je wat de volgende stappen zijn.”

“We laten ook verschillende toepassingen zien, hoe je verschillende voordelen en verschillende waarde kunt halen uit het toepassen van verschillende aspecten van het modelleren. Want het gaat niet alleen om producten of systemen. Je kunt MBSE ook gebruiken om je processen, je projecten, je levenscycli en alle verschillende aspecten daarvan te verbeteren.”

“Aan het einde van de cursus kunnen mensen zeggen: ‘Eigenlijk denk ik dat ik op deze gebieden kan profiteren van MBSE’. Het geeft ze een richting voor de volgende stap. In veel gevallen willen ze hun bedrijf verbeteren en daarom bijvoorbeeld hun producten of diensten verbeteren, die ze vervolgens gaan ontwikkelen.”

“Mensen krijgen een heel duidelijk begrip van MBSE uit de training, maar ze zullen ook ontdekken hoe ze het kunnen toepassen in verschillende situaties. Van de basis van modelleren tot zaken als interfaces, requirements modelleren en het begrijpen van bedrijfsveranderingen.”

“Deelnemers gaan niet naar huis als wereldexperts, maar ze zullen MBSE begrijpen en zien wat de voordelen voor hen zijn. Ze weten waar ze nu naartoe moeten.”

Je kunt veel over MBSE zelf uitzoeken door boeken te lezen en op internet te zoeken. Maar meedoen aan de driedaagse cursus van Jon Holt bespaart je maanden onderzoek en geeft je een voorsprong. Hij heeft dertig jaar van zijn carrière besteed aan het in de praktijk brengen van MBSE. Een van de grote voordelen van de training is dat je oog in oog met hem staat. Je kunt direct vragen stellen over MBSE in jouw branche. Je krijgt alle antwoorden. Zijn training is bedoeld om zo interactief mogelijk te zijn. Hij geeft niet alleen een lezing voor de klas, maar zorgt voor een interactieve ervaring en betrekt iedereen erbij – een relatief snelle manier om de basis te leren.

Holt noemt nog een aantal andere voordelen: “Wat interessant is, is dat je andere mensen uit andere sectoren leert kennen. Je krijgt de waardering dat je niet alleen bent. Deze andere mensen hebben een vergelijkbaar probleem. De industrieën verschillen misschien, maar de problemen zijn vergelijkbaar. Het delen van verschillende ervaringen kan heel, heel krachtig zijn. Meer dan eens zul je je realiseren: oh, ik doe niets verkeerd; andere mensen zitten in dezelfde situatie.”

“In elke cursus krijg ik veel vragen die ik al eerder heb gehoord, maar er zijn er ook altijd een paar die ik nog nooit heb gehoord in al die dertig jaar MBSE. Voor mij is dat een deel van het plezier van het geven van de cursussen. Het daagt me ook uit en zorgt ervoor dat ik er bovenop blijf zitten. Dat is spannend, en ik zou natuurlijk niet vooraan moeten staan als ik onverwachte vragen niet kan beantwoorden.”

 

Dit artikel is geschreven door René Raaijmakers, tech-redacteur van Bits&Chips.