Hoe haal je het meeste uit werken op afstand?

In maart kwam het als een schok: thuiszitten en thuiswerken. Wat hebben we de afgelopen periode geleerd over wat wel en niet werkt? En wat kun je hiervan leren voor de toekomst?

De voor- en nadelen van werken op afstand blijken nauw met elkaar samen te hangen en worden grotendeels bepaald door de situatie. Het soort werk, de onderlinge relatie tussen degenen die samenwerken en de persoonlijkheid van de individuele werknemer zijn bepalende factoren of online goed of helemaal niet werkt. Hoe zit dat?

Al snel tijdens de corona crisis werd duidelijk dat er veel meer mogelijk is met werken op afstand dan we dachten. Het hielp natuurlijk dat de online tools veel stabieler en geavanceerder zijn dan jaren geleden. Er is meer mogelijk. Thuiswerken voorkomt ook de vervelende en tijdrovende file. En als je thuis rustige omstandigheden hebt, kan het je helpen om geconcentreerd te werken. Dus voor sommigen kan het zelfs de productiviteit verhogen. Velen hebben ook ervaren dat dit niet voor iedereen geldt. Als het thuis onrustig is of de muren komen omhoog en je hebt behoefte aan echte mensen om je heen, dan kunnen een paar dagen op kantoor een zegen zijn. Voorlopig gaan we ervan uit dat het ook na de pandemie een combinatie blijft van werken op kantoor en thuis. Hopelijk blijft het voor iedereen mogelijk om zijn eigen optimale balans te kiezen.

Trainer Communicatie en leiderschap
Jaco Friedrich is competentie-eigenaar van de Soft skills & leiderschapstrainingen.

Non-verbale communicatie

Wanneer zijn online conference calls minder effectief? Drie factoren bepalen dit. Ten eerste: wanneer de relatie tussen de gesprekspartner onder druk staat en een conflict op de loer ligt (of al ligt), werkt online minder goed. Je mist immers een deel van de non-verbale communicatie en daardoor is ‘aanvoelen’ hoe iemand erin zit een stuk lastiger. Zeker als je met meerdere mensen in een videoconferentie zit. Je bent snel te direct of niet duidelijk genoeg omdat je niet ziet hoe iemand reageert op je boodschap. Het is minder makkelijk om bij te sturen. Dit vergroot het risico dat je elkaar kwijtraakt.

Dit speelt ook een rol in situaties waarin je kritisch moet zijn op elkaars werk, bijvoorbeeld tijdens een belangrijke beoordelings- of beslissingsvergadering. De kans is groter dat je in discussie raakt of dat mensen de aansluiting verliezen en afhaken. Het risico bestaat dat de kwaliteit van beoordelingen hierdoor achteruit gaat.

Ten tweede is het bij conference calls moeilijker om snel op elkaar te reageren zonder door elkaar heen te praten. Het is online minder soepel om contact met elkaar te maken. Voor creatieve sessies is het daarom meestal beter om elkaar fysiek te ontmoeten.

De derde factor bij telefonische vergaderingen is of de deelnemers elkaar al kennen. Als dat het geval is, de relatie goed is en er wederzijds vertrouwen is, dan zal online werken ook een stuk beter gaan. Is dat vertrouwen er nog niet en zijn de deelnemers nieuw voor elkaar, dan zal de groepsvorming trager verlopen dan normaal. Een andere factor is dat je meer of minder toevallige ontmoetingen mist. Momenten waarop je ‘bij iemand langsgaat’, meeluistert met anderen, iets afstemt of informeel kletst. Het deel van de informatie dat je normaal gesproken op deze ongedwongen manier gedurende de dag oppikt, gaat volledig verloren.

Camera en microfoon aan

Wat betekent dit? Waarschijnlijk zal werken op afstand blijven bestaan. De vraag is dus hoe je er het beste uit kunt halen en de valkuilen kunt vermijden. Hier zijn een paar praktische regels. Om het non-verbale zo min mogelijk te missen, raad ik aan om in eerste instantie altijd de camera’s aan te zetten. Op deze manier ben jij zichtbaar voor de anderen en de anderen voor jou. Dit geldt voor alle deelnemers aan de vergadering. Mogelijk geeft dit bandbreedteproblemen. Zet echter niet uit voorzorg je camera uit. Zet hem aan; je kunt hem altijd weer uitzetten.

Een volgend principe is dat je je microfoon niet dempt als je niet praat. Aan- en uitzetten is een drempel – hoe klein ook – om snel op elkaar te kunnen reageren. Dus advies: laat hem aan. Tenzij je hond blaft of de buurman aan het boren is.

Om elkaar op de hoogte te houden, kan het handig zijn om elke ochtend te beginnen met een ‘stand-up’. Iedereen vertelt kort hoe het gaat en wat hij of zij die dag gaat doen. Zo pik je op hoe het met elkaar gaat, wie hulp nodig heeft of waar je misschien met elkaar mee kunt denken. Bovendien creëer je zo een moment om je werkdag met een duidelijke focus te beginnen. Dat helpt weer om te voorkomen dat je motivatie daalt. Als je geen team hebt, kan een accountability buddy de oplossing zijn. In gewoon Nederlands: iemand met wie je elke ochtend de dag doorneemt en die je scherp houdt (‘Heb je dit gisteren afgemaakt?’, ‘Heb je ze al om hulp gevraagd of stel je dat uit tot morgen?’).

Daarnaast geldt voor iedereen: zorg elke dag voor lichamelijke activiteit, zorg dat je sociale contacten hebt, zorg dat je even buiten bent, neem elk uur een korte pauze en leg je computer uit het zicht als je klaar bent met werken. Eigenlijk zijn dit sowieso goede routines, dus je kunt deze tijd gebruiken om een aantal goede gewoontes in te slijten.

Experimentele validatie vereist vakmanschap

Experimentele technieken in mechatronica - Pieter Nuij
Zijn twee passies lopen als twee rode draden door zijn carrière. Bij Philips, aan de Technische Universiteit Eindhoven en bij de NTS werd Pieter Nuij een van de leidende figuren op het gebied van experimentele technieken en validatie in de mechatronica. Op al deze plaatsen profileerde hij zich ook als docent. Inmiddels heeft hij zijn eigen adviesbureau Madycon en is hij een van de cursusleiders bij de opleiding ‘Experimentele technieken in de mechatronica‘ van het High Tech Institute.

“Het was een fantastische periode.” Met veel plezier en nostalgie kijkt Pieter Nuij terug op zijn tijd bij het gerenommeerde Philips CFT. “We liepen voorop in de mechatronica en ontwikkelden dingen die gewoon nog niet bestonden. We werkten in een groep die barstte van de energie en onder de bezielende leiding stond van onder andere Jan van Eijk, Adrian Rankers, Herman Soemers en Maarten Steinbuch.”

Daar, in het Philips-kantoor op Strijp-S in Eindhoven, kan Nuij zich verder verdiepen in zijn passie waarvoor hij de basis legde tijdens zijn afstuderen aan de TU Eindhoven en tijdens een eerdere Philips-opdracht in de Optical Disc Mastering groep: experimentele technieken. “Het is vaak heel interessant om te tracken, tracen en troubleshooten”, zegt Nuij. “De combinatie van metingen doen en analyseren waarom het systeem niet doet wat verwacht wordt. Je moet breed kijken en onbevangen alle mogelijkheden identificeren en testen.” Daarnaast haalt Nuij veel energie uit het overdragen van zijn kennis. Bij CFT stond hij aan de wieg van de cursus ‘Experimentele technieken en mechatronica’, verzorgd door Philips’ opleidingstak CTT.

Deze combinatie bracht Steinbuch ertoe Nuij te vragen mee te gaan naar de Technische Universiteit Eindhoven toen hij in 1999 werd benoemd tot fulltime hoogleraar. “Steinbuch was op zoek naar iemand die de experimentele technieken in het lab weer op peil kon brengen en hij vond dat ik de man moest zijn om dat te doen,” zegt Nuij, die wordt aangenomen als assistent-professor op voorwaarde dat hij “binnen afzienbare tijd” zou promoveren. Uiteindelijk slaagt Nuij daar in 2007 inderdaad in, “met twee kinderen op mijn knie, een fulltime baan, een begripvolle vrouw en Maarten als inspirator”.

Trainer Experimentele technieken in mechatronica
Pieter Nuij: “De validatie van het ontwerp, inclusief fysieke metingen, wordt heel vaak opgeofferd.

 

Klusjes

Nuij blijft tot 2013 aan de TU Eindhoven. “Ik kon mijn interesse in trillingen en trillingsanalyse volledig kwijt en kon me helemaal verliezen in de onderwijskant – eerstejaars colleges signaalanalyse met tweehonderd mensen in de zaal, geweldig.”

Uiteindelijk vertrekt Nuij omdat hij het niet eens is met de manier waarop naar onderwijs wordt gekeken. “Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik zie universiteiten als leverancier van twee producten: hoogwaardige kennis en verdomd goede ingenieurs”, legt hij uit. “Maar wat je zag is dat de kwaliteit van onderzoeksgroepen veel meer wordt afgemeten aan het aantal publicaties dan aan het niveau van de afgestudeerden. Bovendien kregen studenten steeds minder tijd om zich de stof eigen te maken. In die tijd ben ik ook vijf jaar studieadviseur geweest en heb ik van dichtbij gezien dat studenten gewoon tijd nodig hebben om de stof te verwerken. Je kunt het niet zomaar forceren.”

'More and more educational activities were considered chores because they stood in the way of the acquisition of projects.'

“Daarnaast is er geen duaal loopbaansysteem aan universiteiten,” vervolgt Nuij. “De enige manier om promotie te maken is via de wetenschappelijke route, van assistent-professor naar associate professor. Het vreemde is dat de term ‘hoogleraar’ impliceert dat er les wordt gegeven, maar je zag dat steeds meer onderwijsactiviteiten als corvee werden beschouwd omdat ze het verwerven van projecten in de weg stonden.”

 

Terughoudendheid

Het begint hem zo te frustreren dat Nuij weer overstapt naar de industrie, naar de NTS in Eindhoven. Ook daar is training een belangrijk onderdeel van zijn functieomschrijving. En die training is nodig, zegt Nuij. “In de industrie staan ontwikkelingen altijd onder tijdsdruk. Dat betekent dat de fabrieksacceptatietest op het allerlaatste moment kort wordt gedaan, wordt ingekort of zelfs helemaal wordt overgeslagen. De validatie van het ontwerp, inclusief fysieke metingen, wordt heel vaak opgeofferd.”

Nuij merkt ook dat zelfs bij een redelijk grote partij als de NTS experimentele technieken in de mechatronica een specialisme is dat niet veertig uur per week wordt gevraagd. “Engineers die er in deeltijd mee aan de slag gaan, worden uiteindelijk een andere kant op gezogen omdat er elders meer werk te doen is. En daarmee verdwijnt de focus volledig. Het inhuren van een externe consultant is een goed alternatief, hoewel bedrijven het gevoel hebben dat het duurder is. Maar dat is niet het geval. Hoe eerder je een specialist inschakelt, hoe beter. Gelukkig zijn er ook genoeg bedrijven die serieus werk maken van validatie.”

“De andere kant van het verhaal is dat er steeds meer nadruk komt te liggen op simulatie in het ontwerpproces,” vervolgt Nuij. “Daarmee hopen ontwikkelaars hun ontwerp in één keer goed te maken. Mijn ervaring is dat heel goede simulatiespecialisten soms een hekel hebben aan validatietesten. Het kan confronterend zijn als uit zo’n test blijkt dat er iets mis is met je werk. Ik heb regelmatig het gevoel dat dat de terughoudendheid om te testen verklaart. Dat is jammer, want het vermindert de mogelijkheid om te leren over de kwaliteit van je modellen. Die feedbackloop ontbreekt vaak.”

'I don’t believe the software will ever become so good that a specialist becomes redundant.'

Simulatietools en digitale tweelingpakketten worden elk jaar beter. Denkt Nuij dat ze ooit voldoende zullen zijn om de kwaliteit van het ontwerp te garanderen? “De gebruiksvriendelijkheid neemt inderdaad toe. Maar daarmee loop je wel het risico in slaap gesust te worden. Ik word nerveus als mensen zeggen: “Die software is zo krachtig, die maakt geen fouten meer.” Dan mis je echt het echte plaatje. Je moet absoluut kritisch blijven op het resultaat, er niet blindelings op vertrouwen. Als je die software gebruikt, moet je ook deelresultaten kunnen testen in een experimentele setting. Het is heel goed mogelijk dat de software zo gebruiksvriendelijk wordt dat die testen heel eenvoudig uit te voeren zijn. Maar je moet blijven testen. Ik geloof niet dat de software ooit zo goed zal worden dat een specialist overbodig wordt.”

Studenten van de opleiding

'In the training, we consciously work with outdated equipment.'

Scherp geprijsd

Waarom is het zo moeilijk om een mechatronisch systeem te meten? “Dat heeft een aantal facetten. Ten eerste vereist het de juiste hardware,” antwoordt Nuij. “Er moeten dure apparaten worden aangeschaft. Je kunt ook voor goedkopere apparaten gaan, maar die geven twijfelachtige resultaten en dat wordt uiteindelijk veel duurder. Je moet de hardware begrijpen en weten wat je nodig hebt als je ze aanschaft. Dat vereist al heel wat basiskennis. En dan moet je die apparatuur ook nog op de juiste manier gebruiken. Er zijn veel knoppen waarmee je heel gemakkelijk grote fouten kunt maken. De resultaten komen uit in 16-bit diepe kleuren, maar dat zegt nog niet dat het goed is.”

“Hetzelfde geldt voor de benodigde software,” vervolgt Nuij. “De suites voor trillingsanalyse zijn scherp geprijsd; je praat al gauw over duizenden euro’s. Veel meer dan bijvoorbeeld een Matlab-licentie die ook veel breder inzetbaar is. Het blijkt dus lastig om goedkeuring te krijgen van je baas. Hier in de regio is Mescope van het Amerikaanse Vibrant Technlogies de meest gebruikte trillingsanalysesoftware. Maar er zijn er meer, zoals oplossingen van Siemens en het Deense Brüel & Kjaer.”

“Ten derde komt er een flinke dosis vakmanschap bij kijken. Het is een exotische competentie, maar een onmisbare. Je moet het handwerk kunnen doen. Je hebt een zekere experimentele vaardigheid nodig om de constructie op de juiste manier te prikkelen, bijvoorbeeld met een hamer met ingebouwde krachtsensor. Je zult er ook rekening mee moeten houden dat ergens een connector niet goed werkt of dat de versnellingsmeter misschien niet goed vastzit. Als je niet weet waar je moet kijken, kun je dat soort dingen gemakkelijk over het hoofd zien.”

Juist die praktische kant is de reden dat de opleiding ‘Experimentele technieken in de mechatronica‘ van High Tech Institute, een voortzetting van de oude CTT-opleiding, tijdelijk is opgeschort. “Dat kan niet online”, zegt Nuij, die een van de docenten is. “Na corona gaan we weer verder.”

Pre-corona bestond de cursus uit veel hands-on uren. “We werken bewust met verouderde apparatuur. En de software draait nog op XP,” lacht Nuij. “Met die meetsystemen mogen studenten nog steeds fouten maken. Als ze dan merken dat het resultaat anders is dan ze dachten, begint het denkproces. Je hoort overal de centen vallen en als docent heb je je doel bereikt.”

Dit artikel is geschreven door Alexander Pil, technisch redacteur van High-Tech Systemen.

Recommendation by former participants

By the end of the training participants are asked to fill out an evaluation form. To the question: 'Would you recommend this training to others?' they responded with a 9.5 out of 10.

Wat een geweldig jaar!

2020 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van de Covid-19 pandemie. Veel mensen hebben hun leven ontwricht gezien, zijn ziek geworden of erger en hebben last van mentale gezondheidsproblemen door isolatie en eenzaamheid. Door alle ellende die de pandemie heeft veroorzaakt, verliezen we echter gemakkelijk alle goede dingen uit het oog die dit jaar zijn gebeurd.

De eerste, meest voor de hand liggende, is het feit dat de digitale transformatie van de industrie en de maatschappij een stap in de goede richting heeft gezet. We zijn allemaal veel, veel beter in het online uitvoeren van ons werk en zelfs als velen van ons meer zouden willen reizen en mensen in het echt zouden willen ontmoeten (en echt handen zouden willen schudden of knuffelen), krijgen we dingen voor elkaar. Teams en individuen die ervan overtuigd waren dat ze ter plaatse en in elkaars gezicht moesten zijn om hun werk te kunnen doen, werken nu op afstand en vanuit huis.

Een van de voordelen is natuurlijk dat het beter gaat met het milieu, omdat de luchtvervuiling in veel delen van de wereld lager is. Dit is vooral gunstig in gebieden waar ’s winters sneeuw ligt, omdat de wittere sneeuw meer zonlicht reflecteert. Er zijn ook verschillende rapporten over de verbeterde waterkwaliteit in rivieren en meren. De vermindering van koolstofuitstoot en vervuilende stoffen heeft volgens een Wikipedia-artikel in twee maanden tijd 77.000 levens gered.

'Science and technology research is continuing to deliver great results'

Wetenschappelijk en technologisch onderzoek blijft geweldige resultaten opleveren. In de zonnigste delen van de wereld liggen de kosten van zonne-energie nu onder die van fossiele brandstoffen. Dit is een decennium of zelfs decennia eerder dan eerdere voorspellingen. En natuurlijk zijn we nog niet klaar. De verbeteringen in zonne-energie gaan gewoon door, waardoor de prijzen nog verder dalen tot het punt dat elektriciteit bijna gratis wordt, volgens sommige voorspellingen.

Daarnaast wordt in een recent artikel in Nature beschreven hoe het gebruik van een deep learning-programma door DeepMind van Google het probleem van eiwitvouwing in de biologie heeft opgelost. Een probleem dat decennialang onoplosbaar bleek voor traditionele algoritmen, werd uiteindelijk door AI gekraakt. En dit is slechts één van de belangrijkste voordelen die AI de mensheid biedt.

Iets wat me blijft verbazen is hoe snel we in staat waren om vaccins voor Covid-19 te ontwikkelen. Dit artikel toont een tijdlijn die begint met het vrijgeven van de genetische sequentie van het virus door de Chinese autoriteiten begin dit jaar en negen maanden later is er een vaccin (in feite meerdere!) beschikbaar met massadistributie vanaf begin volgend jaar.

Als ruimtevaartnerd was ik ongelooflijk blij om te zien dat SpaceX weer mensen de ruimte in stuurde. Na de ruimterace in de jaren zestig nam de interesse in de ruimte een duikvlucht, maar ik behoor tot degenen die geloven dat mensen van deze planeet af moeten en zich door het zonnestelsel en het heelal moeten verspreiden. Een catastrofale gebeurtenis op deze planeet betekent niet het einde van de mensheid als we daarbuiten mensen hebben. Om een ruimtevaartindustrie en -capaciteit op te bouwen, is de eerste stap om betrouwbare en rendabele raketten te hebben.

Ander nieuws dat me dit jaar versteld heeft doen staan, is dat wetenschappers er nu in zijn geslaagd om veroudering in cellen om te keren, met name in oogzenuwen, waardoor het gezichtsvermogen van muizen die verouderen is hersteld. Peter Thiel zei ooit: “Je geest is software. Programmeer het. Je lichaam is een omhulsel. Verander het. De dood is een ziekte. Genees het. Uitsterven nadert. Vecht ertegen.” Het lijkt erop dat we op weg zijn om celverjonging in lichamen echt te realiseren en zo niet de dood af te schaffen, dan toch op zijn minst uit te stellen.

In mijn posts geef ik af en toe commentaar op de apocaholics in onze samenleving (en op het internet) die luidkeels beweren dat de hele wereld naar de hel gaat. Dit is zowel feitelijk onjuist als, naar mijn mening, moreel verkeerd omdat het een slachtoffermentaliteit aanmoedigt. De mensheid is ongelooflijk en heeft een verbazingwekkend vermogen om op uitdagingen te reageren en deze te overwinnen. Als er niets anders is dan dat het jaar 2020 opnieuw de waarde van wetenschap en technologie heeft laten zien, de creativiteit van de mens als soort en dat we er, ondanks alles wat het leven ons voor de voeten werpt, nog steeds in slagen om dingen te verbeteren. Ik hoop dat je Kerstmis doorbrengt met het vieren van onze gezamenlijke prestaties en dat je het nieuwe jaar begint met je energie te richten op wat je gaat doen om bij te dragen. Vrolijk Kerstfeest!

Hoe bepaal ik wat belangrijk is?

Een managementconsultant vraagt:

In mijn werk heb ik te maken met meerdere projecten van verschillende klanten. Die afwisseling maakt het werk spannend, maar de stapel memo’s en rapporten wordt te veel. Als ik ’s avonds naar huis ga, heb ik niet kunnen doen wat ik had gepland door alle telefoontjes, e-mails en vergaderingen. Het is erg frustrerend en ik krijg steeds vaker commentaar op het niet halen van deadlines. Hoe schep ik orde in deze chaos?

'You must constantly be aware and active in setting priorities'

De communicatietrainer antwoordt:

De theorie over prioriteiten stellen is eenvoudig, maar het toepassen ervan is o zo lastig. Waarom? Omdat er veel factoren tegelijk spelen die van persoon tot persoon en van werkplek tot werkplek verschillen en bovendien voortdurend veranderen. Belangrijke factoren zijn bijvoorbeeld de dynamiek van het werk, de mate waarin je kunt delegeren, het niveau van de mensen om je heen en natuurlijk je eigen persoonlijkheid. Persoonlijke neigingen, die het je moeilijk kunnen maken, zijn perfectionisme (‘nooit afmaken, want het moet 110 procent goed’), pleasen (‘als ik zeg dat ik het niet doe, vindt hij me niet meer aardig’), rampdenken (‘als ik een fout maak, gaat het vreselijk mis, dus stel ik uit’), enthousiasme (‘ik vind alles leuk, afmaken is iets waar ik minder goed in ben’) en behulpzaamheid (‘ik help graag mensen, dus aan mijn eigen werk kom ik nauwelijks toe’). Al deze persoonlijke factoren in combinatie met alle voortdurend veranderende omstandigheden maken dat je voortdurend bewust en actief bezig moet zijn met het stellen van prioriteiten.

Hoe doe je dat? In het kort, de theorie. De prioriteit van een taak wordt bepaald door de factor ‘belangrijkheid’ en de factor ’tijd’. Of iets belangrijk is, hangt in de eerste plaats af van je kerntaak. Waar word je voor betaald? Stel dat je architect bent, dan is werken aan de architectuur van een machine belangrijk. Een vergadering regelen of een berekening maken die misschien een ingenieur zou kunnen doen, is minder belangrijk. Vervolgens controleer je de urgentie. Moet het snel gebeuren of kan het nog even wachten? En voor hoe lang?

Op basis van deze twee criteria beslis je hoeveel tijd je aan een taak besteedt en wanneer. Is het belangrijk en dringend? Dan doe je het nu en goed. Als het belangrijk en niet dringend is, kun je het werk inplannen of een begin maken. Is het niet belangrijk maar wel dringend? Laat iemand anders het werk doen of besteed er zelf zo weinig mogelijk tijd aan. Niet belangrijk en niet dringend? Negeer ze!

Ga eens bij jezelf na: wat geeft de meeste druk, urgentie of belang? Juist, urgentie. We worden geleefd door de waan van de dag. We geven toe aan druk. Iemand aan je bureau, een e-mail, alles vraagt nu om aandacht. Sommige van die dingen moet je doen om de zaak draaiende te houden, maar andere zijn tijdverspilling. De tijd die je hierdoor verliest, kom je tekort voor het uitvoeren van de belangrijke taken, die daardoor ook urgent worden.

Prioriteiten stellen vereist dus een actieve houding en regelmatig nee verkopen, maar met een rechtvaardiging. De aanpak is als volgt.

1) Maak voor jezelf een lijst van de belangrijkste en moeilijkste taken die je echt moet doen.

2) Zorg ervoor dat je tijd vrijmaakt in je agenda om deze taken uit te voeren en wees bereid om dit met hand en tand te verdedigen.

3) Zorg ervoor dat je genoeg tijd overlaat voor allerlei ’tussendoor’-dingen (gemiddeld dertig procent).

4) Wees bereid om je agenda en planning op elk moment aan te passen als dat nodig is.

Een laatste advies: maak een realistische planning en communiceer wat je wel en niet kunt doen. Zo word je een betrouwbare collega. De wereld draait niet volgens jouw schema. Je zult voortdurend flexibel moeten zijn, maar verlies nooit je hoofddoelen uit het oog.

Het vliegwiel van verandering activeren

Vorige week organiseerden we de sprint 19 rapportage workshop van Software Center. De opening keynote van Frances Paulisch (Siemens Healthineers) ging over de transitie van een transactioneel business model naar continue waarde levering aan klanten. De afsluitende keynote van Aleksander Fabijan (Microsoft) ging over het starten en opschalen van A/B-testen. Hoewel de keynotes zich richtten op zeer verschillende onderwerpen, deelden ze een gemeenschappelijk thema.

Dit thema ging over het aansturen van verandering en de uitdaging om de verandering succesvol te implementeren. Zowel Frances als Aleksander brachten naar voren dat de meeste veranderingen in organisaties veel individuen, functies en afdelingen raken, evenals talloze processen en manieren van werken. Zoals ik in eerdere posts heb besproken, moet je in de meeste organisaties alles veranderen om iets te veranderen. Het is echter onmogelijk om alles tegelijkertijd volledig te veranderen. En dit is waar ik veel organisaties zie vastlopen.

De weg hieruit is accepteren dat alle verandering geleidelijk zal moeten gaan en dat in plaats van de verandering in één klap te realiseren, het een continu proces zal moeten zijn gedurende een langere tijd. De analogie is die van een vliegwiel. Om een vliegwiel van volledige stilstand naar ten minste enige rotatie te krijgen, is behoorlijk wat energie nodig. Zodra er enige beweging is, moet je kracht blijven uitoefenen om sneller te gaan. Maar als er eenmaal meer snelheid is, wordt het steeds makkelijker om die snelheid vast te houden. De vraag is hoe we dat in organisaties bereiken. In mijn ervaring zijn er drie belangrijke aspecten: de waarde laten zien, de betrokkenheid vergroten en infrastructuur opbouwen.

Ten eerste, om de waarde te laten zien, moet je een klein gebied vinden waar succes vrijwel gegarandeerd is, maar waar de waarde van de verandering die je wilt bereiken duidelijk wordt aangetoond. Omdat je dit in eerste instantie allemaal moet realiseren met een klein team, is het belangrijk om datgene wat je wilt bereiken zoveel mogelijk binnen jouw bereik te houden om het risico te minimaliseren dat anderen je inspanningen torpederen. Als je bijvoorbeeld je eerste A/B-experiment uitvoert, kies dan een onderwerp waarover de meningen in de organisatie sterk uiteenlopen, zorg voor de kwaliteit van de gegevens van het A/B-experiment en gebruik deze om in gesprek te gaan met relevante belanghebbenden om te laten zien hoe de gegevens van het experiment de organisatie ten goede komen.

Ten tweede, als je eenmaal een succesvolle case hebt, betrek dan de belanghebbenden die je moet overtuigen om de reikwijdte van de verandering te vergroten en laat de echte, concrete, tastbare voordelen zien die je in de eerste lus hebt gecreëerd. Gebruik dit om de betrokkenheid te vergroten bij de mensen die je nodig hebt in de volgende iteratie van het vliegwiel om de volgende showcase te creëren. Wanneer je bijvoorbeeld de releasefrequentie van software verhoogt op weg naar DevOps, kan in het begin vaak de mogelijkheid om defecten snel in het veld op te lossen gemakkelijk worden gebruikt als een middel om het bewustzijn en de buy-in bij relevante belanghebbenden te vergroten.

Ten derde, zoek naar manieren om sommige van de activiteiten die je tot nu toe handmatig hebt uitgevoerd te automatiseren, zodat na verloop van tijd de kosten van het doorlopen van de iteraties van het vliegwiel lager worden. Dit heeft te maken met het opbouwen van de infrastructuur voor de verandering die je wilt realiseren. Voor A/B-testen kan dit betekenen dat je delen van de gegevensverzamelingspijplijn automatiseert en voor het invoeren van DevOps vereist dit meestal het automatiseren van de CI/CD-pijplijn en de testinfrastructuur.

Als je eenmaal de eerste iteratie van het vliegwiel hebt doorlopen, is het eigenlijk afspoelen en herhalen om de volgende stap te zetten en te proberen te versnellen. Het is makkelijk om ontmoedigd te raken als je dit probeert, maar vergeet niet dat vliegwielen heel langzaam versnellen en veel energie nodig hebben om überhaupt in beweging te komen. En in het begin, omdat alles handmatig moet gebeuren, heeft het vliegwiel veel weerstand. Met meer en meer van de infrastructuur op zijn plaats, draait het steeds gemakkelijker.

Veel van de bedrijven waar ik mee werk worstelen met het realiseren van de veranderingen die nodig zijn in hun organisatie. Sommige schommelen tussen het proberen te realiseren van een big-bang verandering en een complete impasse waarin niets gebeurt. De meest effectieve manier om verandering te realiseren is het aanhoudend, misschien langzaam, maar continu versnellen van het vliegwiel door waarde te laten zien, belanghebbenden te betrekken en infrastructuur op te bouwen. Accepteer dat het tijd kost en begin daarom gisteren in plaats van morgen. Bouw je vliegwiel en laat het draaien!

Vermogenselektronica staat er nooit alleen voor

Elektromechanische actuatoren, aangedreven door zeer efficiënte en nauwkeurige vermogenselektronische circuits, zijn de werkpaarden van de industrie. Ze bepalen de prestaties en kwaliteit van veel industriële processen. High-Tech Systems sprak met Jeroen van Duivenbode, specialist vermogenselektronica bij ASML, fellow aan de Technische Universiteit Eindhoven en trainer bij High Tech Institute.

Hij moet even nadenken, maar knikt dan bevestigend: “Ja, er cirkelen nog steeds producten rond de aarde die ik heb ontworpen.” Jeroen van Duivenbode mag dan al bijna een kwart eeuw bij ASML werken, zijn roots liggen in de lucht- en ruimtevaart. Deze achtergrond geeft hem soms interessante en radicaal andere ideeën in de halfgeleiderwereld.


Jeroen van Duivenbode: ‘Het leuke van vermogenselektronica is dat het alle subdomeinen van elektrotechniek bevat.’

Na zijn MSc in vermogenselektronica aan de Technische Universiteit Delft verhuisde Van Duivenbode naar Frankrijk om te gaan werken bij – wat toen nog – Alcatel Espace heette in Toulouse, nu onderdeel van Thales Alenia, waar hij vermogensomzetters ontwierp voor satellietinstrumenten. “Dat betrof meestal radiozenders en ontvangers die hun stroom uit batterijen en zonnepanelen aan boord moesten halen”, vertelt hij. “De andere kant van mijn werk bestond uit simulatiemodellen. Ik deed veel berekeningen aan energiesystemen voor satellieten en ruimtestations. Tegenwoordig heb je daar allerlei hulpmiddelen voor, maar toen – eind jaren tachtig, begin jaren negentig – hadden we niets.”

Na vijf jaar in Frankrijk maakte Van Duivenbode de overstap naar Noorwegen, naar Norspace, ook een gespecialiseerd bedrijf in ruimtevaartelektronica. “We bouwden onder andere oppervlakteakoestische golffilters, kleine kwartsgebaseerde componenten die we gebruikten om banddoorlaatfilters van hoge kwaliteit te ontwikkelen. We leverden ook systemen aan de Ariane 5-raket. Je kunt je voorstellen dat we een beetje gestrest waren toen haar eerste testvlucht mislukte. Gelukkig was het niet onze fout; de storing werd veroorzaakt door een fout in de software. Daarna werden onze toestellen teruggevonden in de moerassen van Frans Guyana. Ze waren nog steeds operationeel, hoewel ze van vier kilometer hoogte terug op aarde waren gevallen.”

Kosmische straling

Terug in Nederland gaat Van Duivenbode aan de slag bij ASML. In bijna 25 jaar is hij uitgegroeid tot een van de specialisten op het gebied van vermogenselektronica. Het is een expertisegebied dat zeker niet van ondergeschikt belang is voor de chipproductiesystemen uit Veldhoven. Alle bewegingen van bijvoorbeeld de wafer- en reticelstadia hebben flinke vermogensniveaus nodig, terwijl de marges extreem klein zijn. “In het totale foutbudget van het ontwerp hebben we het over enkele procenten. Dat vertaalt zich in de eis dat we een tolerantie van ongeveer een tiende van een atoom moeten hebben”, legt Van Duivenbode uit.

'We have to look further than just currents and voltages, but also simulate and calculate how errors seep through in the eventual system performance.'

Net als bij ASML in het algemeen wordt het werk van Van Duivenbode gedicteerd door de Wet van Moore. Bovendien is productiviteit een belangrijk kenmerk van ASML’s machines. Een kortere scantijd betekent snellere bewegingen en meer vermogen.” En veel meer vermogen, want er is een kubische relatie tussen productiviteit en piekvermogen: een verdubbeling van de productiviteit vereist een verachtvoudiging van het vermogen. “We hebben verschillende van deze verdubbelingen meegemaakt. Vroeger paste de elektronica voor alle bewegingen in een schoenendoos, nu heeft elke machine meerdere kubieke meters vermogenselektronica nodig.”

Omdat de foutmarge zo klein is, kan zelfs de kleinste storing het systeem ernstig verstoren. “We werkten eens aan een nieuwe generatie versterkers. We hadden de spanning opgevoerd en de mosfets tot het uiterste gedreven,” herinnert Van Duivenbode zich. “Binnen twee weken waren heel wat van die mosfets defect geraakt. We probeerden de oorzaak te vinden en elimineerden alle mogelijke verklaringen, van EMC tot systeemfouten, maar alles leek in orde. Er bleef maar één optie over: kosmische straling.”


Vroeger paste de vermogenselektronica voor alle bewegingen in een ASML machine in een schoenendoos, nu heeft elke machine enkele kubieke meters vermogenselektronica nodig. Krediet: ASML

In zijn vroegere carrière was kosmische straling zijn dagelijkse kost, maar in de halfgeleiderindustrie kostte het Van Duivenbode enige moeite om zijn collega-ingenieurs te overtuigen. “Niemand wilde het geloven. Dus bouwden we een testopstelling met duizenden transistors. In het lab gingen er elke week wel een paar kapot. Toen hebben we de opstelling verplaatst naar de Gemeentegrot in Valkenburg, onder een dikke laag aarde en kalksteen. Na acht weken had nog geen enkele transistor het begeven. Sinds dat experiment is het in de industrie bekend dat je rekening moet houden met kosmische straling, niet alleen voor grote chips, maar ook voor kleine mosfets.”

Breed beroep

Naast zijn werk bij ASML is Van Duivenbode research fellow aan de Technische Universiteit Eindhoven, op het gebied van vermogenselektronica. Sinds enkele jaren is hij ook trainer bij High Tech Institute, voor de cursus ‘Actuation and power electronics‘. “Die training is interessant voor iedereen die betrokken is bij zeer nauwkeurige systemen. En dan bedoelen we niet per se nanometers zoals bij ASML”, verzekert Van Duivenbode. “Op micrometerschaal is het net zo belangrijk om te kijken hoe je de vermogenselektronica kunt inpassen in je mechatronische systeem. En zelfs als je het hebt over iets ‘grofs’ als het aandrijfsysteem van een auto, moet je er nog steeds voor zorgen dat het stabiel en betrouwbaar is.”

“Vermogenselektronica is een vak dat niet op zichzelf staat”, vervolgt hij. “Het staat altijd in dienst van het systeem. Niemand zal vragen om een schakeling die een paar kilowatt kan genereren. Dat is niet interessant. ”

'The key is the whole system, and that is precisely the focus of the training.'

“Het leuke van vermogenselektronica is dat het alle subdomeinen van elektrotechniek omvat. Naast alle standaard bouwstenen voor vermogenselektronica, zoals mosfets, diodes en spoelen, moet je ook kennis hebben van analoge elektronica, voor nauwkeurige metingen, en van digitale technologieën en VHDL. Elektromagnetische compatibiliteit is een thema omdat hoge spanningen en hoge stromen storingen in de hand werken. Je moet dus verstand hebben van EMC, net als van thermisch ontwerp omdat componenten snel warm kunnen worden. Met die warmte moet je kunnen omgaan. Een koellichaam kan de oplossing zijn, maar dan moet je rekening houden met capacitieve koppeling.”

En dan is er nog de betrouwbaarheid. “Bij die hoge vermogens wordt de elektronica tot het uiterste gedreven. De printplaten moeten hard werken, dus zijn ze gevoeliger voor storingen”, zegt Van Duivenbode. “Dat betekent dat je kennis moet hebben van betrouwbaarheid en levenscyclustesten.”

Supergeleiding

Van Duivenbode is een van de meerdere docenten van de opleiding. Naast vermogenselektronica en rekenen aan magneetschakelingen – de onderdelen die Van Duivenbode op zich heeft genomen – gaat de cursus ook over actuatoren. Lineaire en vlakke Lorentz actuatoren, piëzo actuatoren, ze komen allemaal aan bod. Relatief nieuw en veelbelovend zijn de zogenaamde reluctantiemotoren.

“Dat is een variant waarbij je een stroom door een spoel laat lopen en die gebruikt om een stuk magneetstaal, of zacht ijzer, aan te trekken”, legt Van Duivenbode uit. “Reluctantiemotoren kunnen hoge vermogensdichtheden leveren. Het nadeel is dat die krachten sterk niet-lineair zijn en dat de motor alleen trekkrachten kan opwekken. Op de universiteit, in de groep van Elena Lomonova, wordt veel onderzoek gedaan naar een oplossing voor deze niet-lineariteit. Als die gevonden is, maakt de hoge vermogensdichtheid reluctantiemotoren erg aantrekkelijk voor veel toepassingen.”

'The industry is not there yet, so superconductivity is still considered exotic in the training.'

Een andere opkomende technologie is supergeleiding. “Dat wordt al gebruikt in bijvoorbeeld MRI-scanners. Er is ook een succesvolle Nederlandse proef geweest om supergeleiding te gebruiken in ondergrondse elektriciteitsleidingen. Het principe was bewezen, maar het project kreeg geen vervolg”, legt Van Duivenbode uit. “De eerste windmolen met supergeleidende magneten is ook gebouwd. Die magneten zaten in de rotor, dus het hele supergeleidende systeem moest meedraaien met de wieken. Een hele prestatie, als je het mij vraagt. De volgende stap is om het economisch haalbaar te maken; iemand moet die stap zetten en erin investeren.” De industrie is nog niet zover, dus supergeleiding wordt in de opleiding nog steeds als exotisch beschouwd.

Dit artikel is geschreven door Alexander Pil, technisch redacteur van High-Tech Systemen.

Recommendation by former participants

By the end of the training participants are asked to fill out an evaluation form. To the question: 'Would you recommend this training to others?' they responded with a 8.7 out of 10.