Nexperia zet training in als middel om innovatie voort te zetten

Nexperia’s Industrial Technology and Engineering Center (ITEC) heeft een rijke geschiedenis in het ontwikkelen van geavanceerde producten en industriële productieoplossingen voor halfgeleiders. Maar toen de groep tijdens de ontwikkeling van zijn geavanceerde ADAT3-XF voor de moeilijke taak kwam te staan om een evenwicht te vinden tussen de te leveren producten en de beoogde kosten, wendden senior mechanisch ontwerper Theo ter Steeg en het ITEC-team zich tot de training“Design for manufacturing” om het ontwerpproces te stroomlijnen en vanaf het begin een beter overzicht te krijgen.

Voor geen enkel bedrijf is het gemakkelijk om de weg te vinden naar een plaats aan de top van de technologische ontwikkeling. Maar om die voorsprong gedurende tientallen jaren vast te houden, is een prestatie die door veel minder bedrijven wordt gedeeld. Nexperia en zijn Industrial Technology and Engineering Center, beter bekend als ITEC, hebben echter een lijn die teruggaat tot NXP en zelfs nog verder tot Philips, en hebben die positie al meer dan 30 jaar vastgehouden – zonder plannen om die positie binnenkort op te geven.

“Sinds ik eind jaren 90 bij het oorspronkelijke ITEC-team van Philips kwam, is het doel altijd geweest om grenzen te blijven verleggen en ons aanbod te blijven verbeteren”, beschrijft Theo ter Steeg, senior mechanisch ontwerper bij Nexperia. Sinds 2000 heeft hij zijn energie gestoken in het innoveren van een van de belangrijkste pick-and-place stansmachines van het bedrijf, met name de ADAT3.

“Al vroeg in de ontwikkelingsfase van de ADAT3 maakten we grote stappen in het verbeteren van de snelheid en nauwkeurigheid ten opzichte van zijn voorganger, de ADAT2. Toen het systeem volwassener werd en overging van ontwikkeling naar de productgroep, ben ik meegegaan”, herinnert Ter Steeg zich. “Onze focus lag op de instandhouding van het product en het creëren van nieuwe functies en modules om het hele ADAT3-platform te verbeteren en te voldoen aan de toenemende behoeften en eisen van onze klanten, met name op het gebied van die bonding, die sorting, taping, strip-to-strip lijmverbinding, flip bonding en nog veel meer.”

Doelen

Voldoen aan deze eisen van de klant en werken aan een continue innovatiecyclus brengt echter ook een hoge prijs met zich mee, zowel letterlijk als figuurlijk. Terwijl de groep energie en middelen in het project stak, kwamen ze erachter dat de vastgestelde kostendoelstellingen vaak in directe concurrentie stonden met wat ze wilden leveren, waardoor het project een beetje ontspoorde. Er moest iets gebeuren, wat overduidelijk werd tijdens het ontwerpen van de die-bonder strip lijmmodule voor het ADAT3-XF platform.

“We weten altijd dat de targets voor onze deliverables strak zullen zijn, in dit werk is dat bijna altijd het geval. Maar zoals bij elk innovatieproject waren we enthousiast en ervan overtuigd dat we onze doelen konden halen,” stelt Ter Steeg. “Waar we echter tegenaan liepen, was dat we deze doelen al vroeg in het proces stelden, zonder alle benodigde informatie bij de hand, en dat is niet duurzaam. Het werd al snel duidelijk dat we onze doelen zouden gaan missen; de vraag was alleen met hoeveel.”

Theo en zijn team waren ervan overtuigd dat het project kon worden gered en weer op de rails kon worden gezet en begonnen de opties te bespreken. In gedachten herinnerde Ter Steeg zich een artikel dat hij had gelezen in Mechatronica&Machinebouw over de training “Design for manufacturing and assembly” van mede-Philips telg High Tech Institute. Nadat hij zich verder had verdiept in de inhoud van de cursus en zag dat de kernpunten van de training overeenkwamen met de gebieden die hij wilde verbeteren, nam Ter Steeg contact op met de cursusleider Arnold Schout.

Ter Steeg’s bijzondere interesse in de Design for manufacturing training werd aangewakkerd door twee specifieke onderwerpen: kostenberekeningen en verbeteringen in het bepalen van doorlooptijden. “Vanaf het eerste gesprek liet Schout ons zien dat hij een helder begrip had van onze uitdagingen met een duidelijke visie over hoe we ze konden aanpakken,” zegt Ter Steeg. “Hij werkte met ons samen om een in-company editie van de training te ontwerpen. Door samen te werken konden we de training precies afstemmen op onze specifieke behoeften.”

20210113 Nexperia Theo ter Steeg RRA_8932

Eye-opener

Om tegemoet te komen aan de behoeften van ITEC op het gebied van kostencalculatie, werkte Schout rechtstreeks samen met teamleden om een interne gedetailleerde spreadsheet te maken die rekening kan houden met de kosten van verschillende onderdelen en modules binnen de machine. Door dit te koppelen aan een CAD-model van het systeem, kunnen technici precies zien hoe elk afzonderlijk onderdeel, motor of module de totale kosten beïnvloedt, inclusief materiaal, machine- en manuren.

“Dit was een openbaring voor ons. Normaal gesproken ontwerpen we iets met een ruwe schatting van wat de verschillende onderdelen en componenten zouden kosten, maar tijdens het proces nemen we vaak onderweg beslissingen om de prestatiespecificaties te verbeteren of om te voldoen aan functieverzoeken van onze klanten, zonder precies te weten hoe de kosten verderop in het proces zullen worden beïnvloed,” legt Ter Steeg uit. “En op een machine als deze, met meer dan 8.000 onderdelen, tellen die wijzigingen echt op. Natuurlijk willen we graag verbeteringen aanbrengen, maar op een gegeven moment moet de vraag zijn: tegen welke prijs. Met deze nieuwe manier van werken en het gedetailleerde document konden we daar veel duidelijkheid over krijgen en ons systeem en onze manier van werken verbeteren.”

Vergelijkbaar met het kostenberekeningsformulier hielp Schout het ITEC-team ook bij het ontwerpen van een doorlooptijddocument, waarin de groep opnieuw gedetailleerde informatie kon invoeren voor al zijn onderdelen en modules, wat dan veel preciezere informatie zou opleveren over wat de verwachte doorlooptijden zouden zijn voor specifieke oplossingen.

“De samenwerking met Arnold en High Tech Institute in de ‘Design for manufacturing’ training heeft echt de deuren geopend naar de ontwikkeling van onze processen en onze voortdurende innovatie. Hun kennisniveau en vermogen om de training aan te passen aan onze specifieke behoeften hebben ons in staat gesteld om op een veel geavanceerdere manier te werken, met een duidelijker begrip en beter gedefinieerde doelen in het hele productieproces,” illustreert Ter Steeg. “Hoewel we deze training nog maar net achter de rug hebben en het misschien nog wat te vroeg is om definitieve uitspraken te doen, zien we nu al veel van de voordelen die we hoopten te behalen.”

Dit artikel is geschreven door Collin Arocho, tech redacteur van Bits&Chips.

Design thinking leidt tot een hoger succespercentage bij innovatie

Designtrainer Rex Bierlaagh
De hightech industrie is zeer innovatief, maar wat als je effectiever en nog sneller wilt innoveren? Design thinking is daarvoor een effectieve methode, zegt Rex Bierlaagh, trainer van‘Customer-centric systems design’. “Iedereen kan het leren. Het verandert de mindset van organisaties.”

Zijn vader was een techneut die van alles uitvond in het Philips Natuurkundig Laboratorium (Natlab). Tenminste, zo herinnert Rex Bierlaagh het zich uit zijn jeugd. Vader en zoon praten er nog regelmatig over. Achteraf zijn ze altijd verbaasd over hoe weinig uitvindingen uit het Natlab daadwerkelijk op de markt zijn gekomen.

“Voor Philips was dat succespercentage blijkbaar goed genoeg,” zegt Bierlaagh. “Maar als ik met mijn vader terugkijk op de jaren ’70 en ’80, zegt hij: ‘Wat als we een methode hadden gehad die nog sneller, effectiever, goedkoper en meer in lijn met de eisen van de klant was, zodat we met minder geld succesvollere producten op de markt hadden kunnen zetten? Dat zou toch geweldig zijn geweest.”

Rex Bierlaagh - training in design thinking
Rex Bierlaagh: “IBM en Walt Disney beweren dat ze design thinking gebruiken om nog effectiever en sneller te innoveren.”

Daarom vindt vader Bierlaagh het eigenlijk wel leuk dat zijn zoon nu design thinking specialist is. Rex Bierlaagh: “Ik doe eigenlijk aan procescoaching. Mensen leren stappen te zetten om sneller en effectiever te innoveren. Mijn vader zag dit soort methodes in zijn tijd opkomen, maar het bestond nog niet toen hij begon. Techneuten kunnen met koppigheid – bij wijze van spreken – ook een heel eind komen, maar wat als je dat combineert met een krachtige innovatiemethode?”

 

Begin met de persoon

Bij bedrijven als IBM en Walt Disney vormt design thinking de kern van hun strategie. “Ze beweren dat ze nog effectiever en nog sneller kunnen innoveren met design thinking,” merkt Bierlaagh op, die ook wijst op het bestaan van de Design Value Index (DVI), een benchmark voor bedrijven die design thinking toepassen. Volgens de bedenker van de index, Jeneanne Rae van adviesbureau Motiv Strategies, presteren bedrijven die design thinking integreren in hun bedrijfsstrategie drie keer beter dan hun branchegenoten.

 

Veel bronnen koppelen de term “design thinking” aan het werk dat Tim Browns marketingbureau IDEO deed voor Apple’s iPhone en iPad. “Wat ze heel goed deden, was vragen stellen aan klanten om erachter te komen wat ze precies wilden, en op basis daarvan concepten bedenken en heel snel stappen zetten in de ontwikkeling,” merkt Bierlaagh op. “De mobiele telefoon was er al; de vraag was hoe Apple de iPhone zo kon ontwerpen en op de markt kon brengen dat er meteen een band met de klant ontstond. Uiteindelijk resulteerde dit in een innovatiemethode die nu design thinking wordt genoemd.”

'Design thinking starts with the person, rather than the product, service or technology.'

De anekdotes over Steve Jobs vertellen altijd dat hij geen marktonderzoek deed omdat hij het beter wist dan consumenten. “Toch liep Steve Jobs voorop in het gebruik van design thinking. Met de hulp van IDEO begon Apple meteen te testen of zijn producten werkten. Ze keken of bepaalde ideeën aansloegen of niet. Jobs zei: als dit het product is, wat mist een klant dan? Hoe kunnen we die antwoorden gebruiken om het te veranderen in iets wat hij nog leuker vindt. Design thinking begint bij de persoon in plaats van bij het product, de dienst of de technologie.”

Toch beginnen productontwikkelaars vaak met de technologie. “Om te zien hoe het in de markt past. Design thinking betekent eerst praten met belanghebbenden, intern in je organisatie of extern met klanten of consumenten. Waar zit precies hun wrijving? Waar lopen ze tegenaan? Wat willen ze, wat willen ze anders? Op basis daarvan bedenk je nieuwe dingen en je blijft het proces herhalen. Dat maakt design thinking uniek.”


Trainer Rex Bierlaagh.

 

Momentum winnen

De hightechindustrie barst van de analytische vaardigheden, heeft intensieve relaties met klanten en levert vaak zeer succesvolle diensten en producten. Aan de andere kant is hightech bezaaid met mislukkingen, hoewel je daar een positieve draai aan zou kunnen geven en het ook onder het kopje ‘innovatievermogen’ zou kunnen scharen. Hoe dan ook, hightechbedrijven investeren al veel in innovatie en zeker in R&D. Dus wat voegt design thinking toe?

“Een terechte vraag,” erkent Bierlaagh. “Wat ik vaak hoor, ook van technische organisaties waar ik mee werk, is dat ze innoveren op intuïtie. Daar is niets mis mee, maar het kan efficiënter als je precies weet welke stappen je moet zetten. Een R&D omgeving is bij uitstek geschikt om gestructureerd met klantvragen om te gaan en design thinking is daar een heel goed hulpmiddel voor. Het stelt je in staat om veel sneller en veel efficiënter te innoveren. Je doorloopt innovatieprocessen in minder tijd, dus het is goedkoper. Vooral in technische bedrijven waar innovatievermogen en het bedenken van nieuwe producten voorop staan, helpt design thinking om in een stroomversnelling te komen.”

 

Wat verandert er in organisaties als ze design thinking gaan toepassen?

“Hun eigen denk- en gedragspatronen veranderen. De reden dat innovaties vaak mislukken heeft te maken met zelfopgelegde beperkingen. Omdat we in patronen blijven denken, onze eigen waarheden blijven aannemen en te weinig het perspectief van de klant innemen. Om dat te doen, heb je empathie, creativiteit en verbeeldingskracht nodig. Dat is de sleutel tot succesvolle innovatie. Je hebt ook tools nodig, een methode. Design thinking biedt mooie, eenvoudige, effectieve, praktische hulpmiddelen. Ze helpen om denk- en gedragspatronen te doorbreken. Die verandering van mindset, dat is de meest opvallende verandering in organisaties die hiermee aan de slag gaan.”

Dieper doordringen

Bierlaagh ervaart dat er wel twintig weken nodig zijn voor een design thinking-project. “Dat is wat je nodig hebt voor een echt succesvolle innovatie, iets dat origineel is, iets dat echt inspeelt op wat klanten willen en hun fricties oplost.”

Dat is best veel tijd.

“Twintig weken ontwikkeltijd is al behoorlijk snel. De meeste tijd gaat zitten in praten met klanten en ontdekken wat ze eigenlijk willen. Dat kun je niet doen in een gesprek van een uur. Op het moment dat je dat op tafel hebt, kan het vrij snel gaan. Dan kun je binnen vier tot acht weken iets testen en valideren. Als je tijd investeert in contact met klanten, dan kan het gaan vliegen. Dat zie ik bij bedrijven.”

Je training bij High Tech Institute duurt twee dagen. Wat leren deelnemers daar?

“Het gaat onder andere over communicatietechnieken. Hoe kun je dieper doordringen tot klanten. Welke informatie is er wel, maar komt er niet spontaan uit? Hoe krijg je die op tafel? Met de juiste gesprekstechnieken gaan mensen veel meer vertellen over zichzelf en de problemen die ze in hun werk tegenkomen. Die technieken leer ik.”

“Daarnaast leer ik deelnemers om uit hun eigen denkpatronen te stappen, hun verbeelding aan te spreken en creatieve denktechnieken te gebruiken. Daardoor komen ze echt met originele, creatieve ideeën. Iedereen kan dat, want iedereen is wel eens kind geweest. Het is een spier die je als het ware kunt trainen.”

“Ik leer ze ook hoe ze concepten kunnen maken van die innovatieve oplossingen. Hoe je ideeën tastbaar maakt, vertaalt en snel test in de markt. Deelnemers kunnen dat meteen na de training toepassen.”

Dit artikel is geschreven door René Raaijmakers, tech-redacteur van Bits&Chips.