Opleiding voor internationals maakt Jaco Friedrich leraar van het jaar

Training voor internationals door Jaco Friedrich
Botte nieuwe collega’s, groepsleiders met onbegrijpelijke wensen – de Nederlandse hightechcultuur zorgt soms voor frustratie bij beginnende internationals. Waarom is het niet genoeg als ze gewoon doen wat er gevraagd wordt? Jaco Friedrich helpt hen een handje. Met zijn training “Hoe succesvol te zijn in de Nederlandse hightech werkcultuur” werd hij High Tech Institute’s docent van het jaar.

“Internationals hebben de neiging om een hogere beoordeling te geven dan Nederlanders.” Met deze opmerking relativeerde Jaco Friedrich zijn uitroeping tot High Tech Institute’s Teacher of the Year 2021. De eer viel hem te beurt samen met trainer Onno van Roosmalen.

Friedrich traint al twintig jaar leiderschaps- en communicatievaardigheden. Daarbij richt hij zich vooral op technici en vooral op professionals in hightech. Omdat hij zelf ingenieur was, raakte hij geïnteresseerd in teamdynamiek en persoonlijke interactie omdat hij zag dat dit een grote invloed had op het succes van technische ontwikkelingsprojecten. Hij besloot psychologie te gaan studeren en van het trainen van technici zijn beroep te maken.

In de afgelopen jaren heeft Friedrich een training ontwikkeld speciaal voor professionals die relatief nieuw zijn in de Nederlandse hightech sector. Deze training, “Hoe word ik succesvol in de Nederlandse hightech werkcultuur”, wordt nu meerdere keren per jaar met veel succes gegeven. Voor de editie van september 2021 trainde hij een groep van twaalf deelnemers en kreeg hij een persoonlijke score van 9,8.

Alle deelnemers zeiden dat ze de cursus zeer zouden aanbevelen aan anderen (ze antwoordden met een geweldig totaalgemiddelde van 9,7 punten op een mogelijke 10). Ze gaven aan dat Friedrichs cursus “erg praktisch en nuttig” was, een “goede en stimulerende ervaring”, “positief en zeker nuttig” en “veilig en boeiend”. “Een geweldige leraar,” merkte een van hen op.

Inspirerend

Naast zijn bescheiden antwoord heeft Friedrich nog een andere verklaring voor zijn succes. De training helpt internationale kenniswerkers daadwerkelijk. “Een van de deelnemers merkte na afloop op dat hij in één dag had geleerd wat hij de afgelopen jaren pijnlijk had ervaren over wat je wel en niet doet in de Nederlandse hightechcultuur.”

“Misinterpreting what’s happening around you can cause a lot of frustration.”

Door de training begrijpen deelnemers beter wat de verwachtingen zijn en hoe ze eraan kunnen voldoen, legt Friedrich uit. “Het verkeerd interpreteren van wat er om je heen gebeurt, kan veel frustratie veroorzaken. Vergelijk het met een ingewikkeld apparaat waar geen handleiding bij zit. Voor je het weet, kost het je onnodig veel tijd om het ding aan de praat te krijgen. Als je het verkeerd aanpakt, gaat het kapot. De cultuurtraining is ook een handleiding.”

De vele mogelijke manieren om een soepele interactie met collega’s te krijgen vindt Friedrich vooral inspirerend aan zijn cultuurtraining. “De verschillende achtergronden van de deelnemers inspireren me. Ze bedenken allemaal hun eigen manier om iets aan te pakken als ze eenmaal doorhebben hoe het werkt in Nederland.”

Wat helpt is dat de meeste internationals erg gemotiveerd zijn. “Ze hebben hun hart en thuis achtergelaten en stappen in een heel nieuw avontuur. Dat respecteer ik.”

Training voor internationals door Jaco Friedrich
Trainer Jaco Friedrich

 

Johan Cruijff

De cultuurtraining duurt slechts één dag, maar in die korte tijd zetten de deelnemers een grote stap. “Het is niet handig voor werkgevers om nieuwe mensen te laten zwemmen. Getalenteerde mensen willen zelf zo snel mogelijk productief zijn. Ze willen geen tijd verliezen. Door de training te volgen na bijvoorbeeld zes maanden werkervaring in Nederland, valt het kwartje en dat helpt hen om sneller ‘onboard’ te gaan en succesvol te zijn,” zegt Friedrich.

De deelnemers, die van over de hele wereld komen, zeggen dat de meer ingewikkelde communicatiepunten niet altijd snel overkomen. “Over het algemeen zijn ze gefrustreerd dat ze, ondanks dat ze hun best doen, toch signalen krijgen dat ze dingen anders moeten doen.” Ze krijgen bijvoorbeeld het advies om meer eigenaarschap te nemen. Het komt ook voor dat ze mensen als agressief ervaren, ook al zijn ze zich bewust van de Nederlandse directheid.

“It’s all about what you have to do what’s not necessarily asked from you.”

De meeste internationals moeten wennen aan Nederlandse bazen die verwachten dat teamleden de confrontatie met hen durven aangaan. Ze verwachten uitgedaagd te worden en houden van een kritische houding van alle collega’s. Friedrich: “Het gaat erom wat je moet doen wat niet per se van je gevraagd wordt. Deze dingen zijn in wezen vreemd voor internationals en vereisen uitleg. Hoe geef je feedback aan iemand die direct maar niet agressief is? Wat wordt precies bedoeld met ‘eigenaarschap’ in de Nederlandse context. Hoe benader je dat? Al deze onderwerpen komen aan bod tijdens de training. De deelnemers herkennen ze stuk voor stuk en willen concrete handvatten. Die geven we ze.”

Friedrich weet dat cursisten baat hebben bij zijn cursus. Na afloop ontvangt hij vaak e-mails van deelnemers die melden dat wat ze hebben geleerd nuttig is op het werk. “Ze doen er zeker iets mee, want de frustratie kan behoorlijk hoog oplopen. Het is zoals de Nederlandse voetbalheld Johan Cruijff zei: ‘Je gaat het pas zien als je het begrijpt.’ Op het moment dat de deelnemers het inzicht verwerven en het bovendien ervaren in oefeningen, bijvoorbeeld over hoe ze besluitvorming kunnen beïnvloeden, vergeten ze het niet meer. Dit geeft ze zelfvertrouwen en de motivatie om het geleerde toe te passen.”

Dit artikel is geschreven door René Raaijmakers, techredacteur van Bits&Chips.

Recommendation by former participants

By the end of the training participants are asked to fill out an evaluation form. To the question: 'Would you recommend this training to others?' they responded with a 9.1 out of 10.

“De Nederlandse manier van co-engineering is uniek in de wereld”

Mechatronica opleidingen door Jan van Eijk
Afgelopen november ontving Jan van Eijk de 2021 ASPE Lifetime Achievement Award van de American Society for Precision Engineering (ASPE). Als een van de drijvende krachten achter de Nederlandse mechatronica-industrie van de afgelopen decennia heeft Van Eijk ook zijn stempel gedrukt op de Amerikanen. In dit eerste van twee artikelen blikken we terug op hoe hij met Nederlandse kennis en knowhow voet aan de grond kreeg in de VS. Jan van Eijk is medeoprichter van Mechatronics Academy, dat alle mechatronicatrainingen voor High Tech Institute verzorgt.

 

Jan van Eijk reageert doorgaans nuchter als Mechatronica&Machinebouw hem feliciteert met de Lifetime Achievement Award van de ASPE. “Tijdens de prijsuitreiking heb ik aangegeven dat ik het zie als een blijk van erkenning voor de kwaliteit van mechatronica en precisietechnologie in Nederland. Zo’n twintig jaar geleden ben ik als afgevaardigde naar de VS gestuurd om relaties op te bouwen. Deze prijs is een waardering van die beroepsgroep in de VS dat we in onze regio op dat gebied veel kwaliteit en effectiviteit hebben bereikt. Ik had net het genoegen om Nederland te vertegenwoordigen.”

Van Eijk degradeert zijn eigen prestaties een beetje. Het is immers geen vanzelfsprekendheid om de Amerikanen te overtuigen van onze kwaliteiten in mechatronica en precisietechnologie. Van Eijk herinnert zich nog zijn eerste presentatie op een ASPE-conferentie in 2001. “Namens Philips moest ik ervoor zorgen dat we een rol zouden spelen in die community.” Van Eijk kocht voor de gelegenheid een driedelig pak. “In de Amerikaanse technische wereld is dat heel ongebruikelijk, dus iedereen wist meteen dat er een rare snuiter rondliep”, lacht hij.

 

“Durf uit je schuttersputje te klimmen en jezelf te verantwoorden”, adviseert Jan van Eijk. “Het geeft je een waardevolle kijk op je eigen werk.”

 

In zijn presentatie benadrukte Van Eijk de verschillen tussen de Nederlandse en Amerikaanse cultuur. “KLM onderhandelde destijds over een mogelijke fusie met een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij. Dat liep op niets uit omdat de stijlen en culturen botsten. De focus op snel geld bij de Amerikanen tegenover de langetermijnvisie bij KLM”, aldus Van Eijk, die vervolgens een bom liet vallen in zijn publiek. “Ik zei: ik ben hierheen gestuurd om met jullie samen te werken, maar ik denk dat het een mission impossible is omdat Amerikanen en Nederlanders dat helemaal niet kunnen.” Van Eijk had een onvergetelijke eerste indruk gemaakt.

Hij haast zich te zeggen dat het niet allemaal zo zwart-wit is. “Natuurlijk zijn er leidinggevenden en ingenieurs in de VS die de lange termijn verkiezen boven de fast buck. Dat beeld hebben we soms van Amerikanen in Nederland, maar in de praktijk blijkt dat wel mee te vallen.”

De bewust provocerende opmerking van Van Eijk snijdt echter wel hout. Hij baseerde zich op onderzoek van de Nederlandse organisatiepsycholoog Geert Hofstede, die de verschillende culturen in de wereld langs zes dimensies in kaart bracht. Een van die assen draait om langetermijndenken. Uit de meest recente gegevens van onderzoeksbureau Hofstede Insights blijkt dat Nederland op dit gebied 67 van de 100 punten scoort, en de VS slechts 26.

Alfa mannetjes

Een belangrijke reden waarom Nederlanders uitblinken in mechatronica – “nee, dat is geen arrogantie”, aldus Van Eijk – heeft te maken met een van de andere dimensies van Hofstede: mannelijkheid. “De manier waarop we in Nederland samenwerken is vrij uniek in de wereld”, legt Van Eijk uit. “Noorwegen en Zweden komen aardig in de buurt, maar verder scoren de meeste landen veel hoger op de masculinity-as.” Hofstede Insights geeft Nederland een 14 op die as, vergeleken met een 62 voor de VS. “Het gaat over gedrag binnen bedrijven, over de belangrijkste man willen zijn. In Amerikaanse bedrijven wordt het gewaardeerd als een baas mannelijk, besluitvaardig en zelfbewust is. Het moet een macho zijn, misschien zelfs een beetje een klootzak. In Nederland spelen zachte elementen zoals empathie en een coöperatieve aanpak een veel belangrijkere rol. Daarin verschillen we drastisch van veel andere landen. Als iemand me hier ‘meneer de professor’ noemt, denk ik dat ik belazerd word, terwijl dat zelfs over de grens, in Duitsland, heel gewoon is.”

De typische polderaanpak, de consensusgerichte manier van problemen oplossen, is een uitstekend uitgangspunt voor mechatronisch ontwerpen, zegt Van Eijk. “Als je de beste oplossing wilt vinden, moet je op hoog niveau samenwerken vanwege het multidisciplinaire karakter van het vakgebied. Je hebt specialisten nodig op het gebied van elektronica, besturingstechniek en mechanica. Maar als ze allemaal het alfamannetje willen zijn, werkt het niet.”

“When you want to find the best solution, you have to work together at a high level because of the multidisciplinary character of the field.”

Het is een wijze les die Van Eijk leerde van een andere Nederlandse mechatronica-goeroe: Rien Koster. Halverwege de jaren tachtig startte Koster een ambitieus project bij Philips. Zijn idee was om de superspecialisten uit de verschillende disciplines uit hun hokjes te halen en samen te laten werken aan een mechatronisch systeem. Fast and Accurate 86 (FA86) werd het project genoemd. Het plan leek een gegarandeerd succes, maar in de praktijk maakten de topspelers uit de mechanica, elektronica, besturingstechniek, software en metrologie alleen maar ruzie. “Ze wilden allemaal de topper zijn”, zegt Van Eijk.

Na een jaar trok Koster de stekker eruit en begon opnieuw, maar deze keer met een veel beter besef van de uitdaging dat wanneer je al die alfamannetjes bij elkaar zet, samenwerking niet vanzelf gaat. Uiteindelijk leverde FA86 de FAMM-robot af, een tweearmig systeem met gigantische direct drive motoren die je normaal gesproken in een onderzeeër zou aantreffen. De FAMM (‘fast and accurate manipulator module’) was zo sterk en zo snel dat andere robots erbij verbleekten. Helaas zat de industrie niet te wachten op zo’n dure oplossing voor een probleem dat ze ook met twintig kleine robots konden oplossen.

Uit je schuttersputje

Ondanks het technologische succes nam Koster die ervaring ter harte en maakte hij het tot een van zijn missies om de cultuur te veranderen. “De algemene trend in Nederland ging toen al in de richting van samenwerking, maar technische topspecialisten wilden graag laten zien dat zij de beste waren. Zo zijn ze opgeleid”, zegt Van Eijk, die de roeping van Koster nog steeds van harte onderschrijft.

Een resultaat van het missiewerk is de mechatronica-opleiding die in 1989 bij Philips van start ging – en de mechatronica-opleidingen zijn nog steeds te volgen bij het High Tech Institute. “De belangrijkste boodschap van die opleiding is dat als je goed aan mechatronica wilt doen, je nauw moet samenwerken”, zegt Van Eijk, die dat idee als docent aan bijna tweeduizend studenten heeft meegegeven. “In de inleiding zeg ik altijd dat het niet mijn bedoeling is om van een werktuigbouwkundige een besturingstechnicus te maken, of andersom, maar dat ik hoop dat ze na afloop elkaars vakgebied respecteren, nieuwsgierig zijn naar de uitdagingen van de ander en uit hun schuttersputje durven klimmen om uitleg te geven, en daarmee de waardevolle oefening doen om van een afstandje naar hun eigen werk te kijken.”

Deze Nederlandse aanpak wordt ook in de VS zeer gewaardeerd. Volgens Van Eijk is kennisdeling een van de belangrijkste bijdragen van de Nederlandse hightechindustrie aan haar Amerikaanse collega’s. “Je hebt natuurlijk heel veel Amerikaanse superspecialisten op het gebied van mechanisch ontwerpen, maar ze zijn echt geïnteresseerd om die andere aanpak te horen”, zegt Van Eijk. “In de VS is het niet gebruikelijk om cursussen zoals onze mechatronicatrainingen te volgen. Het begint nu een beetje te gebeuren rond ASML’s vestigingen in San Diego en Wilton, maar andere techbedrijven zullen hun werknemers niet regelmatig naar een cursus sturen. Daarom worden er bijvoorbeeld tutorials gegeven voorafgaand aan een ASPE-conferentie, waarbij veel Nederlandse specialisten onze aanpak al bij stukjes en beetjes hebben overgedragen.”

Langs deze technische as heeft Van Eijk – met hulp van diverse andere afgevaardigden zoals Adrian Rankers, Theo Ruijl, Ton Peijnenburg, Dick Laro, Leon Jabben, Dannis Brouwer en Piet van Rens – goede relaties weten op te bouwen met de Amerikaanse mechatronicasector. Van Eijk: “Ze werden steeds nieuwsgieriger naar wat er hier in Nederland gebeurt, bezochten ons, woonden conferenties bij en nu zijn er veel samenwerkingsverbanden met bedrijven in de regio.” Van Eijks Lifetime Achievement Award is een blijk van waardering van die sector voor de kennis die Amerikaanse mechatronici hier kunnen opdoen.

Dit artikel is geschreven door Alexander Pil, technisch redacteur van High-Tech Systemen. Trainer Jan van Eijk.